Fietsbel-Biesje.reismee.nl

Noordkaap 2007, deel 2

Za 16 juni 2007

Negen uur. Langzaam keer ik weer terug in de realiteit, ik heb heerlijk geslapen. Pieter is halverwege de nacht vanuit zijn slaapkamer verhuisd naar de grond in mijn kamer, zijn voetjes steken ver buiten het matrasje uit, ach'erm.

We pakken de bagage weer op en rijden naar de kantine om te ontbijten. Deze is nog gesloten. Logisch ook want we leven nog steeds volgens de Finse tijd, het is hier een uur vroeger. Dan maar ergens onderweg eten. Bij een tankstation annex buurtsuper in Leipovuono gaan we ontbijten.

Het uitzicht is schitterend; de Porsanger heeft hier een machtig mooie baai gevormd. In het supermarktje kopen we verse broodjes, die verdacht veel op Deutsche Kaiser-Wilhelmbrötchen lijken, kaas, skinkeost (ham- en kaasdrab uit een tube), bananen en koffie. Heerlijk en wederom voedzaam, de skinkeost gebruiken we als boter. We moeten tenslotte goed eten, dat zei mam ook altijd! Ik neem ook nog maar even een blikje ‘Battery'.

We rijden verder noordwaarts langs de Porsanger. Het wordt steeds mooier. We volgen de prachtige kustweg.

Alles wat we nu tegenkomen zijn Noordkaapgangers. Ineens staan we voor de Nordkapptunneln. Dit is werkelijk de allermooiste motorrit die ik ooit gemaakt heb, gewoon waanzinnig.

We mogen er nou zo langzamerhand wel van uit gaan dat we het gaan halen, mits er niets misgaat natuurlijk. We stoppen op een vluchtstrook, het is hier zo mooi; de zon schijnt, sneeuwvelden langs de kant, rendieren en dat allemaal in een schitterende baai.

Wij willen met de bips ‘dans la neige'. 'Rob, je helm valt van de motor, valhelm hahahaha' schatert Pieter, de lolbroek.

We blijven een tijdje rondhangen, foto's maken, sneeuwpret en genieten. Na een half uurtje duiken we de tunnel in. Deze is een kleine zeven kilometer lang en daalt tot 212 meter onder het zeeniveau. De Nordkapptunneln is slecht verlicht, grauw en klam. Eerst ga je een heel stuk met 9% omlaag, en dan weer met hetzelfde hellingspercentage omhoog. Niet echt een beauty van een tunnel; saai en donker. Vroeger moest je nog met de veerboot over. Nog even en we zijn op het eiland waar de Kaap op ligt. Bij een lief knap meisje betalen we de tol, zo'n NOK70,- (€8,75) voor een enkele reis.

Pieter gunt mij de eer om voorop te rijden, tof. Dit zijn nou net die kleine superattente dingetjes die zo veel betekenen. Pieter heeft daar gevoel voor.

Schreeuwend, gillend en luid zingend sturen we via Honningsvåg naar de Kaap. Een prachtige weg zonder een enkele boom, alleen gras en diverse mossen vormen de vegetatie. We moeten ongeveer driehonderd meter klimmen naar de Noordkaap. De weg omhoog is prima te doen met dit weer, het zonnetje schijnt uitbundig. Vlak voor Skarsvåg slaan we linksaf. Het overgrote deel van het verkeer bestaat uit bussen en campers. De weg is niet bijzonder breed. En er zijn ook geen vangrails langs de rand. Goed opletten dus. Ondanks het verkeer op de weg is het schitterende landschap volledig verlaten. De weg slingert zich op en neer.

Vlak voor de Kaap moeten we entreegeld betalen NOK195,- per persoon, een kleine 25 eypo. We rijden naar de parkeerplaats die afgezet is met grote rechthoekige blokken graniet. Daar kunnen we met de fietsjes net niet tussendoor. Maar misschien wel overheen. Ik zie wel een steen die net een stukje lager is dan de rest, maar misschien is er verder nog een makkelijkere plek om over de afzetting te rijden. Pieter zoekt ook. Hij besluit gewoon over die ene lage steen te hobbelen. Ok, ik ook dus. We rijden stapvoets over de aparte parkeerplaats voor de bussen en campers, dan links langs het Noordkaapcentrum, en staan ineens recht voor het monument.

WE ZIJN ER, we hebben het gehaald, een oude droom is in vervulling gegaan. Onze oude meiskes hebben, zonder één enkele misslag, het hele stuk als op badslippertjes afgelegd; hulde, lof en duizendjarige roem aan onze heerlijke prachtige BMW'tjes, onze 'gummi-kühe' zoals onze oosterburen zeggen. Even slikken, wat een prachtige kroon op een prachtige reis met een prachtige broer.

We zijn haast alleen op de Kaap. Mijn fototoestel kan ook filmpjes maken van 30 seconden, precies genoeg voor twee rondjes om het monument. We voelen ons volstrekt niet schuldig of brutaal dat we helemaal tot bij het monument zijn gereden. Hier heb ik al zo'n twintig jaar op zitten wachten en ik wil echt het onderste uit de kan, als het kan. Het moet voor de andere toeristen ook een fenomenaal gezicht zijn om twee van die schitterende motoren, bepakt en bezakt op de Noordkaap te zien.

Terwijl ik Pieter aan het filmen ben, loopt een oudere man dwars door het beeld. 'Ja, loop effe lekker door het beeld, Jan Lul' zeg ik, nét iets te luid natuurlijk. Blijkt de man, volgens de wet van Bartje, natuurlijk net weer een Nederlander te zijn. Rij je een hele week door Finland heen, kom je haast geen Hollander tegen, en wie speelt weer de ‘Hekking'..., een dikke drieduizend kilometer van huis.........?! Met een vuurrode kop bied ik mijn welgemeende verontschuldigingen aan. Dit verwacht je toch niet.

We plakken de fietsen tegen het hek, geen PAAAAALTJE te vinden hier. Ik probeerNina te bellen. Jammer, volgens de Noorse telefoniste is dit helaas niet mogelijk. Dan maar sms'en.

Wanneer ik bij het voorwiel van mijn motor op de grond zit komen er een paar Duitsers aan; 'dass hatte Ich schon gedacht, Holländer' of zoiets. Ja...., wij wel ja.....

Er worden flink wat foto's gemaakt van onze motoren, kennelijk toch wel speciaal hier, zo ver in het noorden. We blijven nog wat rondhangen voordat we, netjes als we zijn, de motoren weer naar de parkeerplaats brengen. Eerst nog snel een paar rondjes om het monument.

Hillaryheeft speciaal een pakketje gemaakt voor óp de Kaap. Een lieve brief, een piepklein flesje Irish whiskey, twee Legopoppetjes met hellumpjes en een ballon. Zo lief!

Vanwege het feit dat we nog helemaal naar beneden moeten rijden, nemen we elk slechts één klein slokje van de whiskey, 'proost. Done it'. Pieter blaast het ballonnetje op en laat hem vliegen. In plaats van het ruime sop te kiezen, richting Noordpool, maakt het ballonnetje een klein bochtje en neemt vastberaden een zuidelijke koers. Misschien komen we het nog wel ergens tegen als we terug rijden.

We lopen het schitterende informatiecentrum in, de Nordkapphallen. In diverse verslagen heb ik gelezen dat de entreeprijs voor de Noordkaap belachelijk hoog is; de gids van 'Lonely Plannet' heeft het zelfs over 'Europe's northernmost rip-off'. Eigenlijk best wel een beetje heel erg overdreven wanner je het complex inloopt. Een schitterende ruime ontvangsthal met panoramisch uitzicht over Barentszzee en een ruime souvenirwinkel met eigenlijk best wel hele mooie dingetjes en freubeltjes. Verder een mooi, en lekker restaurant, ook met hetzelfde schitterende uitzicht. En beneden een bioscoop met een prachtige gratis film, geprojecteerd op een 180° scherm. Via een lange gang onder de grond kom je in de ‘Grotten Bar' met een groot balkon, natuurlijk op het noorden. Halverwege de gang bevindt zich de meest noordelijke kapel ter wereld. Verder is er nog een Thais paviljoen, wat mij niet zo veel zegt overigens. Het geheel is echter, in mijn ogen prachtig opgezet, schoon en goed verzorgd. Al met al zeer zeker de toegangsprijs waard. Mocht je desondanks toch gratis en voor niets de Kaap op willen, moet je gewoon na tweeën 's nacht gaan; dan is het centrum gesloten, en dus ook de kassa's bij de entree, en kun je gewoon vrolijk doorrijden.

Just for fun vragen we de receptioniste of we heel alstublieft even met onze motorfietsen bij het monument mogen staan. 'No, no, that's strictly forbidden, I'm sorry', er volgt nog een ietwat vaag verhaal over motoren die ‘brilletjes en donutjes' draaien in het grint. We verzekeren de jonge dame dat we beslist niet zulke motorrijders zijn, maar het mag niet baten. We mogen beslist niet de Kaap op met de fiets, sneu zeg.

Trots vertellen we haar dat we het al lekker gedaan hebben, ha. Ze lacht, 'that must have been between our two shifts'. Maakt niet uit, wij hebben het gelukkig kunnen doen. We lopen de winkel in om kaarten en stickers te kopen voor op de fiets. Pieter moet nog altijd iets voor Jeroen kopen. De stickers zijn allemaal nogal luidruchtig, voor zover een sticker luidruchtig kan zijn natuurlijk. We zoeken de rustigste uit.

In het restaurant ‘Compasset' halen we een heerlijk broodje zalm met warme chocolademelk, een perfecte combinatie. Uitkijkend over de Barentszzee, driehonderd meter beneden ons, schrijven we gelijk maar alle kaarten, 'n flinke klus. Het leuke is dat je de kaarten dan in het meest noordelijke postkantoor ter wereld kan laten stempelen en versturen, tja, en dat doe je dan ook.

Het mooiste van zo'n centrum is wel dat iedereen vrolijk en blij is. Voor praktisch iedereen is dit de eerste keer, en het is voor velen een heel duidelijk doel. Mensen worden zo heerlijk open als ze vrolijk zijn.

Ik bots bijna tegen de man van het kleine filmincidentje van daarnet. We raken aan de praat, een superaardig echtpaar; nu schaam ik me nog dieper. Noordkaap is leuk, fun. Als je je ogen maar openhoudt.

Zo klaar, 'done it'. We stappen weer op de fiets. Een, wat nieuwere BMW wil niet starten. Zal hoogstwaarschijnlijk wel de elektronische multidisciplinaire inspuitingsunitdefibrillator zijn die de lucht niet dik genoeg vindt, zo hoog op deze rotspunt. Gewoon conventionele carburateurtjes erop zetten, geen probleem. Gelukkig gaat het vanaf de Kaap alleen maar naar beneden, dus aandrukken is geen probleem.

Zoveel mogelijk over de ‘as' van de weg rijden we de smalle kronkelweg naar beneden, zonder vangrails en met enge, trekkende diepten. De berm aan de buitenzijde van de bochten is meer dan breed zat, maar wel een dikke vijftig meter lager dan waar wij rijden. Niet echt een lolletje. Ik ben beslist niet vaak angstig op de fiets, en ik heb niet echt hoogtevrees, maar deze weg doet me de knietjes wel iets strakker tegen de tankrubbers drukken. Vooral als je een bus tegemoet komt! Alles heel voorzichtig.

Plotseling worden we in een krappe bocht, luid bulderend ingehaald door een tweetal Harleys. Ze jagen ons met een noodgang voorbij. Dit kan niet goed gaan. Boven in het Compasset zagen we de beide Zwitsers al vrolijk een fles rode wijn verorberen (vies woord hè), volledig gehuld in stoere Harley jasjes met stoere flubberdingetjes.

De hele weg naar beneden verwacht je na elke bocht een hoopje Amerikaans afval te vinden, diep onder je. Gelukkig blijkt er niets gebeurd te zijn want we zien niks, oef.

Onderweg rijden we achter een Nederlandse auto van 'Opel Wanders' uit Assen, maf. Aan het eind van de afdaling, bij Skarsvåg moeten we op een T-splitsing linksaf slaan, Pieter rijdt voorop. Nét even te hard stuurt hij de bocht in, oei, rechtuit sturen en kort stevig remmen en dan weer omgooien, de enige juiste manier voor zo'n hickupje, als je te hard in de bocht remt ga je tenslotte glijden. Pieter rijdt écht goed! We komen bij camping 'Kirkeporten' aan, vlak voor Skarsvåg. Beschut achter een schutting is de tentplaats. Stiekem kies ik een plekje ten noorden van Pieter, ha.

Voordat we de tenten uitgepakt hebben worden we aangesproken door een Nederlandse vrouw. Dit zijn dezelfde mensen als waar wij net achteraan reden vanaf de Kaap. Ze biedt ons een kopje koffie aan in hun caravan. Tof. Maar eerst wil ik de tent even opzetten want het begint zachtjes te regenen. Het zal zo'n beetje 12º zijn en samen met de regen is het toch wel frisjes te noemen. Aangezien we hier twee nachtjes blijven slapen zet ik m'n tent zorgvuldig op. Het kan hier flink spoken.

In de behaaglijke en ruime caravan worden we ontvangen door Gert en Antje, een echtpaar uit Roden, zo achterin de vijftig. De man, Gert dus, komt mij op de een of andere manier bekend voor. De enige link blijkt het koor te zijn; Gert zingt bij het Roder Mannenkoor, en daar hebben we al eens mee gezongen. Maf, helemaal hier op de Noordkaap. Na een uurtje gezellig koffieleuten gaan we weer verder, we moeten tenslotte nog eten.

De kantine van de camping wordt natuurlijk net weer verbouwd. We lopen Skarsvåg in. Aan de rand van het dorp is het enige restaurant in de wijde omtrek, het Nordkapp Turisthotell. Helaas kunnen we nog niet eten want er is net een bus Duitsers opengetrokken. In de ‘lobby' drinken we een pilsje terwijl we wachten. We kunnen over twintig minuutjes eten. Na een half uurtje maar eens even vragen. We kunnen gelijk aanschuiven, zegt de serveerster flauwtjes, ze heeft een opvallende piercing halverwege haar neus en oor, waarschijnlijk uitgeschoten bij de tandarts of zo.

Pieter en ik bestellen allebei iets waar het woordje ‘macaroni' in voorkomt, de rest is niet te begrijpen. Ondanks het ellenlange wachten op een van de meest ongeïnteresseerde oberinnen die ik ooit heb gezien, is het eten prima te versmaden, en lekker bovendien.

We lopen terug naar de camping voor de tweede maal Noordkaap, het is nu tegen tienen. Het weer is al flink opgeknapt, vanuit het noorden lachen schitterende luchten ons tegemoet. Tof, we gaan weer naar boven.

Op de Kaap parkeren we onze ouwe trouwe Strübelschwänchen tegen de muur van Nordkapphallen, naast een hoge BMW R1150GS, zo'n uit de kluiten gewassen Parijs-Dakar fiets uit Bunne, vlak bij Peize. 't Is wat.......

Stoer vertelt de man dat hij dik achthonderd kilometer off the road heeft gereden, kunst met zo'n machine! Veel later horen we dat Jimmy deze man ook is tegengekomen op hun heenreis.

Het is nu beduidend drukker hierboven, vooral campers. De hele parkeerplaats staat vol met de meest luxueuze motorhomes, met alles erop en eraan. Zij zullen gewoon de hele nacht op de Kaap blijven. Het is nu elf uur 's avonds en net zo licht als in Peize om één uur 's middags in de winter. De zon gaat nog steeds schuil achter een smalle wolkenband, zijn stralen schieten als heldere vingers op de onstuimige Barentszzee.

Het waait behoorlijk hier boven. Bij het monument is het nu ook opvallend druk, ten opzichte van vanmiddag. Een hele groep Japanners verdringt zich om de stalen globe. Een aantal vrouwen loopt met mondkapjes voor; waarschijnlijk is de lucht hier een tikkeltje te zuiver.

Prachtig om al deze mensen te horen en te zien, de een is nog vrolijker en gekker dan de ander. Het is leuker om naar de mensen te kijken dan de Kaap.

De kleuren in de lucht worden steeds mooier, Pieter en ik maken de wereld aan foto's, dat wordt snoeien straks. We lopen weg van de drukte. Westelijk van het monument kun je nog een stuk over het hoge klif lopen. Het stuk is wel afgezet, maar het hek is stuk. Er staat een bordje dat de rots op dit stuk van de Kaap niet echt betrouwbaar is. Nou, het zou wel erg raar zijn dat we nu, op dit tijdstip, ineens dik driehonderd meter naar beneden donderen, omdat net nú een stuk van de rots afbreekt. We wagen het erop. Hier kun je trouwens nog mooiere foto's maken, vooral omdat nu de zon echt doorbreekt en de meest mooie tinten over de zee uitstort. Pieter tart het lot door nog verder naar de rand te lopen, tot op zo'n twee meter van de gapende afgrond. 'Pieter, ik heb geen zin om het hele stuk in m'n uppie terug te rijden, je mag wel weer terug komen'. Wél vette foto's, zo dicht bij de rand.

We lopen terug naar het gebouw. Ik wil nog even een koelkasttrol kopen. 'You sing......' zegt de betoverende caissière als ik langsloop. 'Yes, because I'm happy. I planned this trip for a few years ago and now we're here. Yes I'm very happy indeed'.

We stappen weer op de motor. Het is half twee. Dit is nu de tweede keer dat we vanaf de Kaap naar beneden rijden. Na drie kilometer stoppen we bij het startpunt van de wandelroute naar het echte noordelijkste puntje. Dit gaan we morgen doen, toch?.

Terug bij de camping duiken we gelijk met de fles whiskey de sloot in. Twee uur 's nachts, de zon fel in je gezicht, super gezelschappig samen, heerlijke whiskey, grazende rendierentjes recht voor je neus, tussen de gevlekte orchissen, uitzicht op een idyllisch vissershaventje met doorkijkje over de Barentszzee, lekker warm in je motorpak aan een zacht kabbelend beekje, bwaaaaaah. 'grtvrdrktjprnnk, de fles is leeg. Pieter, help, de fles is leeg' In een week een hele liter drank op, plus nog een halve fles gin, niet goed!

We gaan maar terug naar de tentjes. Eerst lekker douchen om weer wat warm te worden (later horen we dat het vannacht maar zo'n zeven graden is). Mijn slaapzak doet wonderen; heerlijk warm, ruim en comfortabel. Morgen moeten we achttien kilometer lopen. Snel val ik een weldadige slaap.

‘Truste

Zo 17 juni 2007

Half tien. Het regent en we hebben ons een beetje verslapen. 'Doe maar niet hoor...., dat wandelen' zou Margriet zeggen. Nee, we kunnen beter niet gaan wandelen, we kunnen beter lekker gaan ontbijten en dan naar Honningsvåg voor een Internetcafé of iets dergelijks. We hadden al eerder gehoord dat we bij Rica Hotel Honningsvåg konden Internetten. Heerlijk in de lounge, warm en met een heerlijk kopje koffie schrijven we achter elkaar stukjes in onze G-mail ‘motormuizen'.

Na twee uur beginnen de buikjes diep te rommelen. Het wordt tijd voor een onvervalste grootse hamburger. De Noorse hamburgers zijn volstrekt niet te vergelijken met de Nederlandse. Hier zij ze echt, je eet echt gehakt. Op een lekker vers broodje met verse sla en zooi.

Onze motoren staan lui tegen de gevel. Kennelijk toch apart hier, de fietsjes zijn al herhaalde malen gefotografeerd door verschillende voorbijgangers. Tof.

Na het eten stappen we weer op om de webcams te zoeken die ik vanuit Holland al zo vaak heb bekeken. Ik vind het speelplaatsje en het kerkje, maar de camera's niet.

Dat we niet naar Knivskjellodden lopen, wil natuurlijk niet zeggen dat we ons hoofd niet in de Barentszzee gaan dippen. In het zadel en op naar Skarsvåg.

Eigenlijk is de voor vandaag geplande wandeling dikke onzin. De Knivskjellodden mag dan wel het noordelijkste puntje van het eiland Magerøya zijn, maar het is en blijft een eiland. Alleen het feit dat er een weg ligt tussen het eiland en de vaste wal doet het eilandgevoel wat minderen. De werkelijke Noordkaap, op de vaste wal dus, ligt dus eigenlijk ten zuiden van de Noordkaap Ik zou net zo goed naar het eilandje in het Paterswoldsemeer kunnen zwemmen en daar heel trots op het noordelijkste puntje gaan staan. Svalbard (Spitsbergen dus) is ook een Europees eiland en ligt een dikke 650 kilometer ten noordoosten van de Kaap; dus dat is nog noordelijker. Wat echter wel een feit is: de Noordkaap is het meest noordelijke, via de weg bereikbare plekje van heel Europa. En dan zijn wij zelfs nog verder naar het noorden gereden omdat we ook nog een paar rondjes om het monument hebben gereden. Maar al dit even terzijde.

Net voorbij Skarsvåg is een verlaten vlakte, we kunnen niet verder. Hier gaan we dus dippen. De zee is alleen bereikbaar via grote gladde rotsblokken. Als jonge hinden stuiteren we lichtvoetig en gracieus van blok naar blok. Het water is kraakhelder.

Dit is het echte koude noorden, guur en respect afdwingend. We steken allebei ons hoofd tot aan de hals in het ijskoude zeewater. 'We kunnen nu met recht zeggen dat we tot aan onze nek in de Barentszzee zijn geweest', zegt Pieter, ha.

Een helder rood wit gekleurde vissersboot vaart langzaam de haven binnen; kijken!

Via een grote slang worden tonnen koolvis uit het schip gepompt. Hoezo, overdaad. Heftrucks rijden af en aan met grote witte bakken ijs. De planken van de steiger buigen vervaarlijk door onder het gewicht.

Terwijl we op de spiegelgladde houten steiger staan, worden we aangesproken door een lange jonge vent in een oud zwart leren motorpak. Een beetje qua type Henk Santingh. Hij vraagt in het Engels of de beide BMW's van ons zijn. Of wij ook een Nederlander hebben gezien op een oude Simson. Inderdaad hebben we een uur of drie geleden in Honningsvåg diezelfde man gezien, geinig. Hij zal er nog wel komen. De Noordkaap is een verzameltrog van reizigers; iedere toerist gaat naar de Kaap.

Iedere toerist, behalve een jongen die we op de camping tegenkomen. Hij komt uit Duitsland en heeft 8 dagen lang op zijn 200 cc Vespa Piaggio scootertje gestuurd. Hij was net aangekomen, rechtstreeks uit Tromsø. Acht uur rijden, dus zónder de pauzes. Hij had eigenlijk geen zin meer om naar de Kaap te gaan. Hij wilde liever morgen weer op pad. Via Finland naar Estland, Letland etc. Eigenlijk hetzelfde standpunt als wij: de reis is het doel, niet het doel. De filmpjes waar wij met de fiets om het monument rijden zijn doorslaggevend; 'mach Ich auch'. Vooral omdat 's nachts, na tweeën, het Compasset gesloten is en de tolpoortjes open, ‘kun je lekker doorkarren.

We rijden terug naar de camping. Het is grauw, met een kille bries vanuit het noorden, heerlijk. Dit is weer het weer wat je zo goed met deze streek kunt associëren. Veel mooier en interessanter dan een zonnige dag.

Het diner zal vanavond bestaan uit brood, kaas en whiskey, niets speciaals. Een groot voordeel is dat de afwas deze keer weer eens meevalt, ha.

Pieter heeft zo nu en dan wat last met starten, zijn motor dus! Dit is de eerste keer dat we wat onderhoud doen aan de fietsjes. Ik stel Pieter's carburateurtjes en weldra pruttelt het oude beestje weer als een eitje, dat danst in het kokend water.

We moeten weer hoognodig in het verslag schrijven, eigenlijk best weer een opgave; lekker rustig genieten van alles komt even op de tweede plaats. We gaan weer in de smalle gemeenschappelijke ruimte zitten, samen met een Duits stel, irritant fluisterend tegenover elkaar. Een tafeltje achter ons zitten twee Belgische mannen, de een supercorrect en chagrijnig : Helly Hanssen met GPS in z'n onderbroek, de ander wat alternatiever en 'n stuk vriendelijker. We waren deze twee al tegengekomen op de vorige camping bij Lakselv. Een sportief, net even te nieuw zwart Golfje, twee vederlichte eenpersoonstentjes die op de K2 niet zouden misstaan, sportieve correct gestreken afritsbroeken aan en één paar Nordic Walkie stokjes.

Na een uurtje stapt een Duitse jongen de kantine binnen. Dit is de jongen met z'n Vespa Piaggio. We raken aan de praat, van schrijven komt niet meer zoveel.

Terwijl Pieter zijn schoenen weer overvloedig aan het besproeien is met antinat (lekkage aan één schoen) komen de eerste mensen van de Kaap terug. Het is half een. Buiten is het fris, zo'n 11° en bewolkt.

We pakken de fles weer ter hals en spoeden ons naar ons favoriete plekje in de beekwal. Nog even een uurtje genieten van het ‘gekabbel en gebabbel' pfff. Ik weet niet hoe laat of het is, het wordt toch wat frisjes. Een lekkere hete douche doet wonderen, daarna diep wegduiken onder het dons.

Doe.

Ma 18 juni 2007

Ik had de wekker op 8:00 uur gezet, met een half uurtje respijt. Ulli Vespa had ons gisteravond voorgesteld om via Tromsø te rijden. Een prachtige feeststad, zei'ie. Vanuit Tromsø dan via het eiland Kvaløy, langs de prachtige kustweg aan de noordzijde van het volgende eiland Senja, naar Gryllefjord. Vanuit deze haven dan met de 'Wail Ferry' naar Andenes op het uiterste noordpuntje van de Vesterålen. Het plan is dan om over de Vesterålen en Lofoten naar ?, helemaal onderaan de Lofoten, te rijden. Dit betekent echter wel dat we een heel stuk om gaan rijden. Die extra reistijd zullen we op de een of andere manier moeten inhalen. Pieter heeft gepland om vandaag tot Bognelv te rijden, zo'n driehonderd kilometer. Dat moet te doen zijn.

Udo Guzzi met z'n mooie zwarte V7 Special en Ulli Vespa komen beide afscheid nemen, zij rijden vandaag ook verder. Toffe lui.

We pakken de tenten en de rest op de motor. Omdat we nu twee nachten zijn gebleven is het toch iets meer inpakken dan voor één nachtje. Terwijl ik tussen alle troep in mijn tent orde schep, belt mijn liefste schattekeuteltje: Nina. De dag begint prima zo, ha. We kletsen lekker even bij. We smussen elkaar elke dag, bellen doen we om de dag.

Op het moment dat ik de tent wil opvouwen, begint het licht te regenen, merde. Het blijft gelukkig bij wat motregen en de tent gaat snel en redelijk droog in de zak. Pieter is al klaar, en dat is laag! Hij heeft gewoon misbruik gemaakt van het telefoontje van Nina. Ik lekker wel en hij lekker niet, blaa.

Klaar, we stappen op en rijden rustig naar Honningsvåg om te tanken en ontbijten. Het is regenachtig en er staat een gure wind, lekker motorweer. Ik heb medelijden met de mensen die nu op de Kaap aankomen en maar eventjes kunnen blijven. Boven op de rots zal het zicht wel erg slecht zijn. Wat hebben wij een mazzel gehad.

In Honningsvåg staat Udo Guzzi wat verloren bij de pomp; 'es gibt kein Benzin mehr, Wir mussen warten'. Yep, niet zo erg, we moeten toch nog ontbijten. Ik zet m'n fiets op de middenbok. Toevallig kijk ik op de grond en zie een bout van een middenbok liggen. 'Goh, er zijn hier dus meer oude BMW's met middenbok-problemen' Als ik naar m'n motor kijk, zie ik dat het mijn eigen bout is. Verdorie, is dat ding er toch weer uitgevallen. De middenstander scharniert bij deze BMW's over twee speciale bouten. Deze bouten zijn vervolgens vastgeschroefd in twee lippen van zo'n vijf millimeter dik. Helaas is het schroefdraad van de bouten te grof voor de beide lippen aan het frame; ze zitten hoogstens met zo'n drie gangen draad vast, en dat gaat op den duur kapot. Een beetje een k*tconstructie.

Eerst maar benzine, koffie en een broodje worst. Na dit fenomenale ontbijt loop ik weer naar de fiets voor de roemruchte bokkebout. Met een steen mep ik een stuk hout van een oud pallet tussen de boutkop en de uitlaat, maar kijken hoe lang hij blijft zitten. Door de hitte brandt het stuk hout mooi in op de uitlaat, gewoon zo nu en dan even aantikken.

We stappen weer op. Wanneer we het stadje uitrijden bedenk ik dat ik de dubbele espresso nog niet betaald heb bij het tankstation. Foei toch, heb ik Shell benadeeld voor twee maal NOK 15,- (€4,-). Aangezien ik slechts voor zo'n €0,20 aan bonen en €0,001 aan heet water heb verbruikt, vind ik het wel best, een buil zullen ze er wel niet aan vallen voor die dikke 20 cent, ha.

Honningsvåg is beslist niet groot. Maar wel groot genoeg om een beetje hopeloos verdwaald te raken. In alle euforie op de heenweg hebben we helemaal niet op de route gelet, niets komt me bekend voor. Na een tijdje zoeken zijn we weer bij het tankstation. Annie helpt vandaag bepaald niet goed. Eindelijk zien we een bord naar de Nordkapptunneln. Op naar de vaste wal.

Het is gelukkig droog als we aan de andere kant van de tunnel langs de Porsangerfjord rijden. Dit is duidelijk het bewijs dat terugrijden best mooi kan zijn; we zien allemaal nieuwe dingen, schitterend.

Na een dik uur rijden slaan we bij Olderfjord rechtsaf naar het westen. We rijden nu op de E6, de roemruchte Noordkaaproute, zo'n beetje op de hoogte van Hammerfest. Net na het plaatsje Skaidi zie ik over de snelstromende rivier Repparfjordelva (idiote naam vind ik) een smalle brug hangen; een hangbrug. Daar wil ik op, en van af plassen.

Dat plassen is helemaal niet vies of vunzig, laat staan banaal. De enige reden is, dat mijn eigenste plasje hier, zo hoog in het noorden, wordt vermengd met de kolkende stroom van smeltwater van de hoogvlakte. Een heleboel Rob-celletjes gaan dus een gigantische reis maken naar de Atlantische Oceaan. En dat is toch gewoon een schitterend idee. Gelukkig denkt Pieter daar volgens mij net zo over want ook zijn overtollige lichaamssappen worden in een fraaie boog in het water gestort.

We stappen weer op. Na een tijdje rijden we over de hoogvlakte. We zitten behoorlijk boven de boomgrens. In de verte zien we aan weerszijden hoge bergen. Het is hier kaal, grauw, guur en vooral desolaat. Vooral tussen de sneeuwvelden is het koud, je merkt gewoon dat de temperatuur zo een 3° zakt. Dit vind ik machtig. Ik zou me niet eens verbazen als ik hier zo maar een of andere trol onder mijn voorwiel krijg.

Na een dikke tachtig kilometer door dit fascinerende gebied, rijden we Alta binnen voor een lekker warm kopje koffie. Ulli Vespa had ons aangeraden om naar een Tourist Office te gaan. Hier kunnen we vast wel informatie krijgen over de verschillende veerponten die we zullen gaan nemen.

In het centrum zetten we de fietsen midden op de Markedsgata, een redelijk groot en modern plein. In een café op de hoek, La Barilla, nemen we koffie met een heerlijke versgebakken wafel. Terwijl ik nog even wat spullen van de motor haal, spreekt een sjofel geklede dertiger me aan. Halflang vies donkerblond haar met een zwart petje. In z'n hand heeft hij een ijsje in een hoorntje waar hij zo nu en dan aan sabbelt. Het witte ijs loopt met een straaltje uit z'n mondhoek, ieuw. Hij zegt me dat ik beter de contactsleutel uit de koplamp kan halen. 'Wordt hier zoveel gejat dan?' 'Ja' zegt hij lachend en wijst op zichzelf. 'You wouldn't survive' lach ik hem, ietwat dreigend toe. 'What did you bring for me from Holland?' 'Just a nice smile' zeg ik. Hij blijft de hele tijd om de motoren hangen, steeds sabbelend aan het ijsje dat maar niet kleiner wordt. Op de een of andere manier vind ik het niet zo safe. Ons hele hebben en houwen zit op deze twee fietsen. Het lijkt net of hij zit te wachten tot ik naar binnen ga zodat hij de fietsen kan plunderen. Na een vijf minuten uitdagend heen en weer te lopen verdwijnt hij in een groot warenhuis. Nu eindelijk koffie en de wafel.

Wanneer we weer naar buiten komen zien we de man net langslopen. We nemen plaats op de comfortabele zitjes van beide rossen en rijden vol verwachting hene.

Je kunt er werkelijk geen r**t van zeggen wat we gaan zien, en waar we zullen slapen. In een hutje, tent of misschien in een hotel. Misschien is dit wel het mafste van deze reis, haast volledige onwetendheid, helemaal geen nieuws uit de wijde wereld. Alleen maar wij tweeën op onze trouwe, formidabele diepzwarte BMW'tjes.

Het rijden gaat, ondanks het grauwe gure weer, best wel lekker. Gewoon fijn door. Zo'n twintig kilometer na Alta is de weg opgebroken. Stenige gravelwegen, onderbroken door modderig asfalt strekt zich over een lengte van zo'n twintig kilometer voor ons uit. We rijden nog steeds op de E6, een belangrijke verkeersader door Finnmarksvidda (vidda betekent hoogvlakte) naar Tromsø. Gelukkig is er nog een rijstrook vrij. Voor ons rijden een paar hoogstvervelende campers met een slakkengangetje over de smalle weg. De weg is te bochtig om snel in te halen. Er rest ons niets anders dan verveeld achter het kampeerlijntje aan te hobbelen.

Eindelijk zijn we de wegwerkzaamheden voorbij en kunnen we het gas weer lekker opentrekken. De blokjes brullen van plezier. Ik hunker naar een lekkere droge bocht. We hebben de hele middag al voorzichtig over een natte glibberige weg moeten rijden, niet echt heel erg super.

Tussen twee bergruggen is het wegdek eindelijk even droog en trappen we de meiskes eens lekker plat door de bocht. Heerlijk motorfietsen zo. Ik merk dat mijn achterband zo nu en dan iets ruimere bochten wil maken dan ik. Nu al slijtage? We hebben zo'n beetje 4000 kilometer gereden, grotendeels over het messcherpe asfalt van Finland. Bandenvreters daar in Suomi. Normaal draai ik om en nabij de 15000 kilometer met een achterband! Ik ben benieuwd of mijn Metzeler het gaat redden, we moeten nog zo'n 4000 kilometertjes.

Aan het eind van de Langfjorden, bij Bognelv stoppen we voor een plasje en een sjekkie. Pieter vermaakt zich prima met een lange stok, tof jongen. Ik vind dat ik best wel een rare broer heb, toffe broer.

Na zo'n vijftig kilometer buigt de kustweg linksaf, de bergen in. Op een hoogte van 400 meter rijden we weer tussen grote sneeuwvelden door. De lucht is diepdonkergrijs. Een gure wind zorgt, samen met de regen en mist voor een sinister plaatje. We rijden een flink stuk boven de boomgrens door een sombere bergachtige omgeving, het lijkt wel wintersport met klotenweer.

Bij Tretten, net boven Storslett vind ik het wel mooi geweest. Ondanks de sublieme Dane motorpakken begin ik het toch koud te krijgen. We zijn dan ook ongeveer een honderd kilometer verder gereden dan gepland.

Een klein bordje aan de rechterkant wijst naar een camping. 'Hytter...?', vraag ik Pieter. Het regent tenslotte. Lachend kijkt Pieter me aan, prima. We stappen een klein pieterpeuterig houten hutje binnen. De weldadige warmte straalt ons toe. Binnen zitten twee meiden te wachten op gasten. Er staan alleen maar twee stoelen, gezellig. Verder is er ook geen ruimte. Gelukkig is er nog een huisje vrij.

We sturen de motoren over een glibberig steil stenenpad naar beneden. Goed opletten want als je hier uitglijdt, hobbel je zo de Straumfjorden in. Ons hutje ligt bijna achteraan. Lekker net even te hard druk ik de ribbels van mijn cilinderkop in de hoek van het houten huisje, een handtekeningetje van mijn bikkel. Dit doen we eigenlijk overal waar we de fietsen neerzetten.

Voordat we de deur open hebben komt een vrouw met een stem als een scheermes op ons aflopen. 'Och, ik zeg tegen m'n man: kijk, twee motorrijders, ik zal ze gelijk koffie aanbieden. Ga maar naar binnen, dan pak ik de koffie'. Super, daar heb ik echt zin in. We hangen de kletsnatte spullen, zo goed en zo kwaad als het maar kan, op. Eerst maar eens even koffie, ohhh.

Het loopt aardig tegen de avond. Trek, het tankstation lokt. Zes kilometer ten zuiden van Tretten ligt het dorp Storslett, hier zal wel een groot tankstation zijn, hoop ik.

Het regent nu al de hele middag, en nu moeten we er nog een keer door. We trekken de druipende pakken weer aan en rijden naar Storslett. In het tankstation staan twee jonge deernen achter de balie. Ik begin rustig met een wrap met kipfilet, gezond en lekker bovendien. Toch niet echt vullend dus gelijk maar een broodje pølsen (worst dus) er bij. Met een paar bekertjes koffie complementeren we ons diner.

We rijden weer terug naar het hutje. Eerst de bedjes opmaken. Wat een luxe zo. De avond bestaat weer uit lekker kletsen en het nodige schrijfwerk.

Ons reisverslag neemt aardig wat tijd in beslag; elke avond zitten we beide wel zo'n twee uur te pennen. Het is iedere keer weer een race tegen elkaar. 'Ik zit al in de avond, waar ben jij?'. 'Ik ben nog steeds met eergisteren bezig, verdorie, ik loop elke keer weer een dag achter'. Meestal is het Pieter die het eerste klaar is.

Tegen een uur of twee duik ik m'n heerlijke bedje in. Weer te laat, maar dat is niet anders.

Di 19 juni 2007

Voorzichtig doe ik m'n oogjes open. Het is al iets beter weer. Vandaag rijden we naar Tromsø, wat een schitterende, bruisende stad moet zijn volgens Ulli Vespa.

De kustweg langs de Lyngenfjord is schitterend. Helaas kunnen we door de lage bewoking de toppen van de fameuze LyngenAlps niet zien, jammer maar helaas. In Olderdalen zijn we precies op tijd voor de veerboot naar Lyngseidet. Een paar matroosjes zijn druk met schilderwerk bezig. Ik zet m'n fiets tegen de wand; de grijze verf brandt lekker diep in mijn uitlaat. Nu heb ik een handtekening van een Hurtigrutten-boot op mijn motor, ook tof. Gelukkig is er aan het net geverfde stuk op de boot niets te zien.

Wanneer we weer op de steiger staan, draaien we eerst een sjekkie, dat hoort zo. 'Paaaaltje'. We zetten de fietsen nog steeds zo veel mogelijk tegen een paaltje of een muurtje. Al met al zullen de motoren wel tegen de 250 kg wegen, en dat lijkt me niet zo goed voor het iele jifje onder de fiets.

Volgens de ‘timetable' hebben we niet zo bijzonder veel tijd om de volgende veerboot te halen. Het is 22 km naar Svensby.

Wij rijden langs de zuidkust van Iddon Jargga naar de volgende veerboot in Svensby. Daar rijden we de lange rij wachtende auto's voorbij en zetten de fietsen tegen de kademuur, 'Paaaaltje'. Weer prima op tijd.

Dit soort boottochtjes zijn ronduit schitterend. Je bent even van de motor af, en je krijgt een prachtig uitzicht over alle bergen om je heen. Midden op de Ullsfjorden komt een Nederlandse echtpaar op me af. Op de Kirkeportencamping, bij de Noordkaap, stonden ze vlak naast ons. Ze praat honderduit over haar reizen en haar kinderen, machtig interessant, maar niet heus. Dit wil ik dus niet, ik wil geen verhalen horen van anderen terwijl ik zelf midden in een prachtig verhaal zit. Het blijkt wel dat wij te netjes zijn opgevoed; ik laat het gekwetter gelaten over me heen stromen en probeer ondertussen zoveel mogelijk van de prachtige omgeving te genieten. Volgende keer ga ik het anders doen, lekker puh.

Vanuit Breivikeidet moeten we nog 50 km rijden tot aan Tromsø.

De camping ligt net buiten de stad ten oosten van Tromsø. De stad zelf ligt op een eiland. Deze camping is, in vergelijking met alle voorgaande campings de allerduurste. Daarom doen we zelf ook maar duur en nemen we een hutje. Een mooi hutje, ondanks de muffe stank. Ik vraag aan een schoonmaakster of ze iets aan de stank wil doen door even met de plantenspuit, die ze in haar hand heeft, in het hutje rond te spuiten. 'Can I smell', vraag ik haar, en breng m'n neus naar het witte spuitkopje. Meteen spuit er een straal chloorachtige zooi op m'n neus. 'Sorry, sorry, oooh sorry, I'm so very sorry, quick, clean your face, quick'. Gelukkig heb ik de wc-reiniger alleen maar op mijn neus gekregen, dus ik kan er nog om lachen. Pieter ook!

We pakken de motoren af en struinen wat rond over de camping. Langs de camping raast een snelstromend riviertje. Pieter ziet een berkenboom dwars in de stroming.

'Die kan weg' zegt hij, en verwoed begint hij aan de boom te rukken. Met een grote stok als hefboom lukt het hem de boom los te wrikken. Moeizaam drijft de boom een paar meter totdat hij weer vast ligt. Toffe actie, broer.

Tromsø roept. Het is vijf uur en we moeten nog eten enzo. Ook wil ik nog een Noorse telefoonkaart kopen, én handcrème. Mijn handen zijn, waarschijnlijk door continu handschoenen te dragen, haast volledig uitgedroogd en vol met barsten, het lijkt de Noorse kust wel.

We rijden de gigantische pijlerbrug over die ons naar de stad leidt. Van verre is het een schitterende brug, maar zo dichtbij is het een grauw, betonnen gevaarte met een wegdek vol gaten en scheuren.

In de stad zoeken we eerst een zaak waar ik de simkaart kan kopen. Een lieflijk deerntje bij een drogist helpt me super. Omdat alles in het Noors is, kan ik me er niet zo heel goed mee redden, sterker nog.... Het blijkt dat vooraf nog een paar faxen met mijn hele doopceel moeten worden verstuurd naar de provider, CHESS, om de telefoonkaart geldig te maken. De keutel heeft er een hele klus aan, wat een service, en wat een leuk lief meisje, hèèèèèh.

Gewapend met nieuwe telefoonkaart en handcrème duiken we een pizzeria in. Dit is eigenlijk een van de weinigen keren dat we netjes aan tafel eten, meestal bestaat het diner uit rondhangen met een broodje hamburger of iets dergelijks.

Tegenover de pizzeria is een soort van Internetcafé, 'Darklight'. Het is niet echt een café, meer een door tieners gerunde frisdrankbar. Het doet z'n naam eer aan; donker met hier en daar licht. We slaan beide aan het melen. Het is hartverwarmend zoveel geinige reacties we krijgen op ons eerdere meeltje.

Half tien, het is klaar. We lopen naar de motoren die als een pasgetrouwd stelletje, met de voorbandjes tegen elkaar, nog bij de kerk staan te wachten.

Terug naar de camping. Wanneer we weer de brug over willen, blijkt deze afgesloten te zijn, wegwerkzaamheden. Er is wel een omleiding, maar het lijkt meer op een misleiding. We worden alle kanten opgestuurd, en dan is het op.

Of wij zijn verkeerd gereden, of de Noren hebben het gedaan, wij houden het gewoon op het laatste, ha. Na flink zoeken in- en onder Tromsø, komen we in een langere tunnel. Tromsø lijkt wel een mierennest; ik ben nog nooit door zoveel tunnels onder een stad gekomen. Behalve dan de metro, natuurlijk! Ze hebben zelfs rotondes en afslagen onder de grond, tof.

De fjord, waar we onderdoor moeten rijden, ligt rechts van ons, de tunnelingang ligt echter in de richting naar links, volledig tegen de doelrichting in. Rare jongens, die Noormannen. Een kleine vier kilometer lijkt het net of we constant rechtsom draaien. De uitgang van de tunnel wijst ook weer de verkeerde kant uit, we rijden recht in de richting van het water waar we net onderdoor reden.

'Heb je dat ook gehoord; als je in de vier, met zo'n 3000 t/pm rijdt, begint het motorgeluid schitterend te resoneren in de tunnelbuis', zegt Pieter. Oh, mooi, dan moeten we nog maar eens terug door de buis. Mij lukt het niet, mijn motor klinkt eigenlijk altijd al heel mooi, hihi.

Op de camping is het weer hetzelfde liedje: ouwehoeren, drinkje drinken, motortje kijken van andere reizigers. Zoals een gigantische champagnekleurige BMW R1200RT met een versnelling achteruit, en een schakelaar voor de jiffy (zijstander) uit te sturen (klappen klinkt niet bij zo'n motor). Wat een slagschip. Noordkaap moet een eitje zijn op zo'n ding.

Veel van de motoren die we tegenkomen zijn BMW R1150GS en 1200GS'en; ideale zit en alles pico voor elkaar. Geef mij m'n kleine vijfje maar, die is veel leuker en gaat veel langer mee.

Tegen enen lopen we weer naar de hut voor het nodige schrijfwerk. Daarna douchen en slapen, diep slapen.

Heihei.

Wo 20 juni 2007

We hebben weer eens heerlijk uitgeslapen, het is tenslotte vakantie. We hadden gisteren wat broodjes gekocht als Frühstuck. Wwe voeren een broodje aan de stormmeeuwtjes. Deze dieren hebben een speciaal plekje gekregen, toffe gozers die meeuwen. We ruimen het hutje weer netjes op, zoals het hoort. Laden de fietsen weer vol en rijden hene.

Wéér zwerven we kriskras door, en onder de stad. Uiteindelijk vinden we de weg naar Brensholmen, het havenplaatsje vanwaar we naar het prachtige Senja varen. De zuidkust van het eiland Kvaløy is schitterend. We komen heel weinig verkeer tegen. Het is nu al de moeite waard om helemaal via Tromsø naar de Vesterålen te rijden. Tot voor het bereiken van de Noordkaap waren we van plan om via Narvik naar de Lofoten te rijden. Nu gaan we helemaal via Senja naar Andøya, het noordelijkste puntje van de Vesterålen. De noordelijke kustweg van het eiland Senja schijnt minstens net zo mooi te zijn als de weg over de Lofoten, alleen een heel stuk minder toeristisch.

Tegen tweeën komen we in de buurt van de haven.

Annie zegt dat we bij een zandpad rechtsaf moeten, (soms is ze wel lief en werkt ze haast goed, de schat.) Het enige wat mij aan een haven doet denken is het feit dat het pad naar de zee leidt.

Aan het eind is zowaar een parkeerplaatsje en een steigertje van staal.

Aan de overzijde van de baai kijken we uit op het plaatsje Hillesøy met z'n prachtige boogbrug á la Tromsø. Het is onderhand helder geworden, zo nu en dan een klein wokkeltje, kortom heerlijk weer. Aan de kant van de parkeerplaats staat een klein houten hokje, met een kachel en een tosti-ijzer.

Even verder staat een wc-hutje, 1 bij 1 meter en 2 ½ meter hoog. Over het houten kassahokje en het wc-hutje liggen dikke touwen met aan de beide zijden zware rotsblokken. Het kan hier kennelijk aardig spoken.

We moeten nog twee uur wachten op de boot, tenminste; als het verregende A4'tje aan het hokje klopt. We hangen wat rond en genieten van de intense rust, niemand te bekennen in deze baai. Tussen de eilanden door hebben we een prachtig uitzicht over de 'Atlantic'.

Bij het hokje ligt een gigantische buitenband van een of andere shovel. Ik nestel me op de band. Dit ligt heerlijk. Langzaam glijd ik weg, sssssst.......

Als ik wakker word, zit Pieter heerlijk op een bankje wat te schrijven, stiekemerd. Ik ga bij hem aan tafel zitten. Ik heb nog een lekker stuk worst in m'n tas, het mes erin. In de dikke houten picknicktafel staan allerlei namen gekrast. Ik kan de drang niet weerstaan en kras 'biesje' en '2007' in de tafel. Niet netjes, wel leuk.

Tegen vieren komen de eerste mensen. Een auto met een ouder stel en een vijftal Noren, of iets dergelijks, op stoere trekkersfietsen, eentje zelfs met een karretje. Wat een bikkels. Na nog een half uurtje komt achter een eilandje de boot te voorschijn. Een zwartwitte stalen bak van de Hurtigrutten. Hurtigrutten is de naam van de Noorse postbootdienst die langs de hele kust heen en weer vaart, helemaal tot in Kirkenes. De hele overtocht van wel een half uur blijven we aan dek.

Het wordt geleidelijk meer bewolkt. In de haven van Laukvik begint het zachtjes te regenen, merde.

Eerst een paaltje zoeken, sjekkie roken en wat rondhangen. Wanneer we de fietsen weer starten is het gestopt met regenen. We rijden tot Stennesbotn en slaan dan rechtsaf de noordelijke kustweg, de 864, op. Annie begint weer te kl*ten, na iedere gemene bobbel in de weg moet ze weer opstarten. De bobbels van soms wel 6 centimeter hoog hebben de vorm van een halve tennisbal, niet echt fijn als je daar met een gangetje van tachtig overheen knalt met volle bepakking. De diepe poolvorst laat duidelijk zijn tekenen zien op de weg. Nadat Annie voor de vijfde keer opstart stop ik. Eerst maar eens kijken wat er aan de hand is. Ik denk dat het dunne voedingskabeltje los in het kabelschoentje zit. Ik wil eigenlijk niets van de fiets afhalen, de bagage zit net zo mooi. Het kabeltje maakt inderdaad slecht contact. Met ducttape probeer ik het zaakje provisorisch aan de praat te houden.

We rijden door een volledig verlaten gebied. Geweldige rotswanden en glooiende dalen, de enige begroeiing is wat laag struikgewas en een enkel boompje. Van het ene op het andere moment rijden we aan de kust van een adembenemende fjord.

Dit is de Mefjorden. Messcherpe pieken steken loodrecht, tot wel 400 meter uit de diepe fjord omhoog. Wolken spelen verstoppertje achter de toppen. Dit is werkelijk fenomenaal. Ooohs en aaaahs wisselen elkaar constant af. We stoppen haast om de vijfhonderd meter om nog weer een mooiere foto te maken van dit sprookje.

Na een paar kilometer is een speciaal voor rolstoelen ingericht uitzichtspunt. Met geschaafde houten balken is een glooiende helling gebouwd, langs de kust naar beneden. Aan het eind kom je op de, door een gletsjer, gladgeschuurde rotsen. Ik stuur de fiets tot helemaal onderaan. Tijd voor genieten. Een meisje die we langs de fjord tegenkwamen zit boven in een soort vuurtorentje op de punt van de rots, uitkijkend over de betoverende, feeërieke bergen.

De hele route langs deze kust is idioot mooi. Prachtige luchten en schitterende kleuren. Er blijven haast geen superlatieven over om de rest van de reis te gaan beschrijven. We rijden op een hoogte van zo'n vijftig meter boven de zee als ik vlak voor me plotseling twee zeearenden uit de diepte omhoog zie duiken. Wow... Luid krijsend vliegen ze weg, wow.

Even later rijden we langs schreeuwende reclameborden, hier moet ergens een soort Trollending zijn. We volgen de borden en staan ineens oog in oog met een twintig meter grote trol. In de trol is een restaurantje of iets dergelijks, rare jongens die Noormannen. Het is allemaal een beetje veel te toeristisch, dus door maar weer.

We rijden nu al een tijdje achter een grote truck met oplegger aan, die met een noodgang tegen de berg omhoog racet. Plotseling komen we in een nauw en diep dal. De vrachtwagen is spoorloos verdwenen.

Ondanks dat de zon schijnt, is het hele dal in schaduw gehuld. Er is maar één weggetje. We rijden helemaal tot achterin de fjord, de weg krult zich strak om de 500 meter brede diepte. We volgen de fjord een paar kilometer en rijden een klein vissersplaatsje in. Dit moet Gryllefjord zijn, van hier vertrekt de 'Whale Ferry' naar Andenes op de Vesterålen. Aan de lange noordzijde van de fjord lopen de rotswanden recht omhoog. De zuidzijde heeft nog een strook van zo'n honderd meter breed waar het geïsoleerde dorpje Gryllefjord in lijkt geplakt. We rijden het hele dorpje door tot we op een kaal terrein komen. We kunnen niet verder.

Een paar jongetjes komen op ons aflopen met een spuitbus met een fluorescerende gele verf. 'Paint motorbike, paint motorbike', roepen ze. We draaien snel om voordat het kutjochie ons kan bespuiten. Wat een raar dorp, 'n beetje zoals een klein incestueus dorpje in the middle of nowhere, ergens diep in Oklahoma of zo. We rijden weer terug door het dorp. Halverwege is een kleine kade. Hier komt de boot dus aan.

Uit een grote schuur horen we een zware motor. Voorzichtig lopen we naar binnen. Een jongen van een jaar of achttien is druk in de weer met een quad. Hij weet misschien wel een camping of iets dergelijks. 'You better ask in the café'. De quad waar hij aan sleutelt klinkt haast als een stationair lopende Harley. Als hij het gas opentrekt komt het ware karakter naar voren. Een 500cc crossfiets zou er jaloers op zijn, wat een fel ding, het lijkt haast een BMW..

Parallel aan de ‘hoofd'straat loopt nog een klein smal straatje, wat hoger tegen de helling. We stoppen bij een terrasje. Aan de overkant is een soort muziekkoepeltje met wat stoeltjes. In het café, annex snackbar, snoepwinkel en supermarkt staat een meer dan forse meid te bakken en te braden. De heerlijkste geuren verspreiden zich door het café. Mmmmm.

Ze wijst ons de weg naar een camping. Alleen kunnen wij hem natuurlijk weer niet vinden. Eerste weg rechts had ze gezegd, toch? Hier rechts zien we wel een toiletgebouwtje staan, ziet er aardig campingachtig uit. Dit is een klein zandweggetje die zich steil tegen de helling omhoog slingert. Met veel glibberen en sturen kom ik tot halverwege het pad. Dit is niet te doen. Hier kunnen alleen maar héle kleine tentjes staan, en dan ook nog opgerold. Niet goed dus. Het pad is ongeveer een meter breed, draaien is dan best moeilijk met een volgepakte motorfiets. Pieter staat een stukje lager te wachten, hobbelend stuiter ik hem voorbij: 'nee, geen camping hier, we zullen wat verder doorrijden', roep ik hem toe. Na een paar kilometer is een afslag naar Torsken. We moeten kennelijk dwars over de smalle bergrug heen. Boven is het een stuk kouder, ondanks het zonnetje dat hier wél schijnt. Al snel rijden we weer naar beneden.

Dit is een heel andere fjord, niet de donkere kloof zoals Gryllefjord.

Na even zoeken zien we ‘Rorbuer', hutjes dus. Van hutjes is echter weinig sprake. Half boven het water staat een groot rood houten gebouw op palen, schitterend. Ik zet m'n fiets op de stander. Pieter probeert een vuilnisbak, half in het gras te misbruiken. Stoer gassend en spinnend probeert hij zijn fiets neer te zetten, blits. Bijna kan hij z'n cilindertje tegen het hout drukken als ineens zijn achterwiel woest opzij glijdt. Vervaarlijk neigt de motor naar links, Pieter ook en lachend storten ze beide ter aarde. Snel, waar is mijn fototoestel. Uit de carburateur begint benzine weg te stromen, toch maar even helpen. Jammer, ‘zou een heel leuk plaatje zijn. Gelukkig heeft Pieter niets, behalve zijn ego natuurlijk. De fiets staat weer fier en onbeschadigd overeind. Pietertje toch.

Ik loop achter Pierke over de veranda naar achter. Het is hier duidelijk vis. Alles is vis. De wanden hangen vol met foto's van ‘stoere' vissers met dooie vis, real hunters, mannetjesputters, helden. Goh, als ik later groot ben.... pfff. Er hangt zelfs een grote kop van een zeewolf met een bek vol vlijmscherpe tanden.

Via een klein deurtje komen we in een verrassend gezellig bruin cafeetje. We krijgen een ruime kamer voor €35,- p.p. Behoorlijk duur, maar in de omgeving is volstrekt niets anders te vinden. De kamer is huge, met tv en keuken. In de planken vloer zit een klein luikje. Waarschijnlijk is dit voor het indoorvissen, dan hoeven de helden tenminste niet naar buiten. Je kunt het natuurlijk ook heel goed als privaat gebruiken, ha.

De buikjes beginnen aardig te knorren. Hier in Torsken is niets te vinden, dus rijden we weer terug naar Gryllefjord. We zetten de fietsen voor het café. Een oudere man met stok en lelijk hondje loopt op ons af. 'Mooie motoren' zegt hij in het Nederlands. 'Die zie je hier niet meer'. Hij woont al 35 jaar in dit dorp. Onder het praten trekt hij wild aan de riem. Het hondje stuitert op en neer, met zijn wandelstok tikt de man een paar keer tegen mijn spatbord, lul. 'Graag een beetje voorzichtig', bijt ik hem toe. 'Oh, uh ja'. Lul.

We lopen snel naar binnen om te bestellen. We nemen beide een joekel van een burger, 175 gram puur vlees, met patat en 'n koel glas bier. Tot onze verbazing mogen we zowaar boven op het dakterras roken, eten en bier drinken én genieten tegelijk. Wat een rebelse weldaad hier in Scandinavië.

Het hele pand schudt heen en weer als de hamburger-deerne naar boven komt. In haar handen heeft ze twee borden met fantastische ongebreidelde heerlijkheid. Een pracht van een broodje hamburger met verse sla en zooi en een weldadige berg patat met mayonaise. Een man kan best wel snel tevreden zijn. Heerlijk bunkeren met vet en bier. Een prachtig uitzicht over de smalle donkere fjord. Och, het kan minder.

Het spiegelgladde oppervlak wordt zo nu en dan ruw verstoord door opgejaagde vissen vanuit de diepte. Stormmeeuwtjes scheren laag over het water, zij zijn de enige die zich laten horen. Voor de rest volledige rust. Het kan minder.

Na de heerlijke dis rijden we weer naar Torsken. Ik wil Annie nog even maken. Het kabelschoentje is inderdaad het euvel. Gelukkig heb ik nog een nieuwe bij me en al snel presteert de jongedame weer optimaal in al haar onkunde, hoera.

Op het ruime houten terras kun je machtig mooi zitten. Het terras staat op palen boven het water, het uitzicht is fenomenaal.

We kijken uit over de Torskenfjorden met z'n besneeuwde toppen eromheen. Langzaam merken we door het draaien van de bootjes dat de vloed opkomt. Wat is het hier mooi, heerlijk met een fijn glaasje en 'n pretsjekkie zitten we uren te genieten. Pieter houdt het alleen bij het glaasje. Het enige geluid wat je hoort is de waterval aan de overkant van de fjord, op zo'n 500 meter, en de vele vogels die hier gewoon de hele dag door vliegen, zelfs een koekoek in de verte. Slapen die beesten dan nooit, of hebben ze ook van die ANWB-maskertjes op, pffff, dûh.

Het is heerlijk fris en halfbewokkeld. Het zonnetje staat net achter de bergen, maar het is nog volop licht. Zo nu en dan wordt de vredige rust ruw verstoord door een wc die doorgetrokken wordt. Alle zooi belandt gewoon rechtstreeks in de plomp, lekker hoor.

Weer wordt het veel te laat. Het is niet mogelijk om op tijd te gaan slapen; het is gewoon te mooi. De rust, mijn grote broer, de nacht die geen nacht wil zijn, de omgeving, alles. Ik wil alles proberen te ervaren, zo lang en zo intens mogelijk is het idee van deze reis.

Ik rook nog een sjekkie, drink m'n borrel op en ga slaap'n. Pieter heeft het grote tweepersoons bed en ik, half daarboven, een enkel bed.

Welterusten, Ik ben bij met schrijven, ha.

Hoe zou het thuis gaan; Niek heeft net wat heel vervelends gehoord over een vriend van hem. Zet de opgaande lijn vanJos nou eindelijk door, de laatste berichten zijn veelbelovend.Nina met haar bouwvergaderingen in de schaftkeet, vreemde bouwmannetjes in je kelder, urenlang afgesloten zijn van gas en licht. Chapeau schat, je bent een heuse bikkel. En Henk, hoe zou hij reageren als ik weer thuiskom, wordt het blaffen van plezier, of gaat meneer gepikeerd in een hoekje zitten omdat ik zo lang ben weggeweest? Henriette zal waarschijnlijk wel helemaal niet reageren, onze lieve, maar oh zo arrogante kwekkende takkekat.

Jimmy, Gerda en Robert zullen al wel op de Noordkaap zitten. Jimmy had al gesmust dat twee van de drie fietsen 'Kaaploos' ten onder zullen gaan. De BMW van Robert heeft nog steeds een kapotte startmotor, en zo'n 1100 cc tweecilinder druk je natuurlijk niet zo snel aan, vooral niet als hij warm is. Ze hebben in Alta een busje van de plaatselijke motorzaak geleend. Wat een pech; eerst Gerda met de aandrijfriem van haar HD en toen Robert met zijn startmotor, sneu. Ze hebben in ieder geval de Kaap gehaald, weliswaar zonder motor maar toch..... De Noordkaap is voor hen het doel. Ik hoop dat ze mooi weer hebben.

Aan de rand van het terras bevindt zich een lange lage drijvende steiger waar alle vistroep staat; hengels, boten, een grote veerunster en een aantal tafels waar je de gevangen vis kunt uitbenen. Het lijkt net of ik midden in de fjord sta.

Nu ga ik echt slapen, Pieter ligt al lang op een oor, watje, tssss.

Wéér welterusten. Ik ben nóg bijer, ha, daar kan Pieter een puntje aan zuigen.

‘Truste.

Do 21 juni 2007

Om negen uur gaat de wekker. Om elf uur moeten we de boot hebben in Gryllefjord. De zon staat uitbundig stralend aan het zwerk, geen wolkje aan de lucht. We pakken de fietsen weer op en rijden naar de haven. Een bult Duitse GS'en (luxe off-road BMW's met alles erop en eraan) staan naast elkaar ordentelijk in een paar parkeervakken, 'wie in Armee' hebben we ooit eens horen zeggen. We rijden onze beestjes triomfantelijk langs de vakken en gaan pontificaal vooraan staan; motoren moeten toch altijd als eersten op de boot.

In de haven bevindt zich ook de buurtsuper. Hier kopen we fruit (één banaan), koffie en een ‘broodje gezond'. Gewoon een heel mooi ontbijtje voor op de boot.

Tegen elven kunnen we de boot oprijden. Op het dek staan een paar plastieke tuinstoeltjes. Gewapend met verrekijker en fototoestel nestelen we ons op de ‘Whale Ferry' naar Andenes. Pieter heeft Kapitein Rob gevraagd of ze walvissen hebben gezien op hun tocht vanaf Andenes. Halverwege schijnt een dooie walvis in het water te liggen. De Noorse marine zal het enorme karkas verder de oceaan opslepen. Met kanonvuur zal het dier in duizenden stukjes geschoten worden. Dan kunnen er geen bootjes tegen aan varen, en stinkt het ook niet zo.

Ze hebben dus op de heenvaart geen levende walvissen gezien, hopelijk hebben wij meer mazzel.

Het dek begint te trillen als de veerboot van de kade wegvaart. Onder een grauwe rookpluim kiest het oude schip het ruime sop. We varen nu op de Atlantische Oceaan. Hoe hard ik ook door mijn kijkertje kijk, géén enkele walvis. Wel een hele kudde alken en papagaaiduikertjes, schitterend. Zo nu en dan betrap ik mijn oogjes op dichtvallen, foei toch, en dat op zo'n prachtige boottocht. Plots maakt Pieter me wakker. 'Een walvis, dood', nou, dat zie je ook niet elke dag. Het lijkt zo vanaf het schip net een klein eilandje midden in de oceaan.

Het is nog steeds stralend weer als we na drie uur varen de haven van Andenes binnenlopen. Ik krijg gelijk al het eilandgevoel, net zoals op Schier, alleen is dit eiland wel beduidend groter. Bij de plaatselijke VøVøVø worden we op weg geholpen door een charmante Noorse. Volgens haar loopt de mooiste route langs de westkust. Eerst even wat pinnen en dan eten en tanken in het tankstation bij het vliegveld, de broodjes pølse komen me zo langzamerhand een heel klein beetje de keel uit.

We beginnen maar weer eens aan een prachtige toffe motortocht, pfff. Wat een prachtige kustweg, 'n échte kustweg in de ware zin van het woord. Allemaal ooooohs en aaaaaahs die ons blijven verrassen, geweldig.

Langs de hele route spiesen spitse bergen in de lucht. De weg leent zich prima voor rijdende actiefoto's; rustig met mooie overzichtelijke rechte stukken en vloeiende bochten.

Na een dik uur genieten, stoppen we bij een grote rots aan de rechterkant van de weg. Het is weer tijd voor een sjekkie op een geinig plekkie. Zo'n anderhalf uur hangen we wat rond de rots, 'n beetje klimmen, luieren en stenen gooien, wat een rust. Eigenlijk baal ik er wel een beetje van dat we straks weer op een camping moeten gaan zitten, met allemaal mensen enzo. Het is hier zo rustig, eerlijk en schoon, ik kan hier wel jaren blijven zitten.

Tegen vijven rijden we het stadje Sortland in. Volgens de berichten, en Annie, zou er ergens halverwege nog een camping moeten zijn; jammer maar helaas. Dus dan maar doorrijden tot hier.

Annie leidt ons snel naar een camping die gerund wordt door een misselijke arrogante kakvent van een jaar of zestig. Zijn buik steekt een halve meter voor de rest uit, urghl. We mogen zo maar ergens een plekje uitzoeken voor de tenten. Het enige, iets vlakke stuk is echter op een gravelpad, merde. Met moeite rammen we de haringen in de steenachtige hobbelige ondergrond. En dan moet je er nog voor betalen ook. De camping van Sortland sucks!

Vanavond gaan we weer eens echt ergens eten, zonder benzinelucht. Op de camping kunnen we volgens de eigenaar niets krijgen, sneu. We stoppen bij het eerste beste restaurant. De menukaart is werelds, letterlijk. We kunnen kiezen uit Mexicaans, Grieks, Turks, Spaans en Italiaans, 'mwah, doe maar Italiaans deze keer'. We nemen allebei een heerlijk groot glas bier, garlic bread en spaghetti carbonara, heerlijk.

Het is nog lekker warm in het zonnetje, maar al snel zakt hij achter de huizen. Een patserige grijze BMW cabrio rijdt wel tien keer langs het restaurant. Achter het stuur zit een schone Noorse, haar vriend zit naast haar. We zitten kennelijk langs de flaneerboulevard van het oh zo lullige plaatsje Sortland. Blijkbaar is hier niet zo veel te doen want nu we er op letten zien we steeds weer dezelfde auto's door de straat rijden, tjonge wat een feest. Na het eten rijden we weer terug naar de camping. We gaan nog even in de gezamenlijke woonkamer tv kijken, raar taaltje dat Noors. Een ouder echtpaar zit aan een tafeltje te wachten. De volvette eigenaar brengt twee gigantische hamburgers. Ik dacht dat we hier niets konden krijgen, achterbakse vetprop. Luid smakkend worstelt de vrouw zich door de plak gemalen rundvlees. Het meest ergerlijke is wel dat ze onder het eten continu zit te kletsen tegen haar zwijgzame man, arme vent.

Ninabelt. De hele middag is ze bezig geweest om een hardnekkig stuk van de schoorsteenmantel weg te hakken. Haar (heerlijke) armen branden nog steeds. Mijn vriendin de bouwvakker. Als ik weer thuis ben mag ik het afmaken. Ik mis haar.

We schrijven nog wat in het dagboek en drinken de laatste slok whiskey, op.

Ik ga slapen, ik ben moe, ‘k doe m'n beide oogjes toe,.........

Doe.

Reacties

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!