Noordkaap 2007, deel 1
Do 07-06-2007
De kriebels beginnen nu echt te komen. Elke dag een beetje inpakken, alles netjes gegroepeerd: eetspullen, slaapspullen, kleertjes etc. Langzamerhand wordt de kamer boven een 'exploded view' van mijn motortassen.
Ik ben dan ook al jaren bezig met deze reis. In eerste instantie met Wim samen. Helaas bleef dit alleen maar bij mijmeren en een enkele routekaart van de ANWB. Nu wordt het eindelijk werkelijkheid. Samen met Pieter ga ik op pad; naar de Noordkaap. En niet zo maar even rechttoe rechtaan, maar helemaal door Finland en dan via de prachtige fjordenkust van Noorwegen weer terug. Vier weken lang genieten op de motor. Ik hoop dat de motoren net zo zullen genieten als wij.
Vr 08-06-2007
De hele dag aan het inpakken en organiseren.Nina helpt super, met haar inpaktalent kan ik zo maar een hele bult meer meenemen op mijn fietsje.
Alle tassen kunnen erop. Ik heb van een collega, een paar zijtassen en een grote waterdichte roltas mogen lenen. Zo hou je de zware bagage mooi laag, ideaal voor de wegligging. Ik probeer even een proefritje door de straat te maken, dat lukt. Alleen waneer ik een flinke ruk aan het stuur geef, begint de motor vervaarlijk heen en weer te waggelen. Géén geruk meer aan het stuur dus! Dit is het nadeel van zo'n oud frame, 'Gummi-Kuh' zoals ze in Duitsland gekscherend zeggen.
's Middags naar Jos, nog even het kereltje op schoot nemen en lekker plat knuffelen. Ik zal hem missen.
Ik heb mijn BMW'tje technisch zo goed mogelijk in orde. Nieuwe voor- en achterband van Metzeler, met nieuwe binnenbandjes natuurlijk. Nieuwe rem- en koppelingskabels en heerlijke verse olie, mmmmmm.
Het valt me op dat mijn GPS niet helemaal goed werkt; de detailkaarten zijn verdwenen. Alleen de hoofdroutes kent het ding nog, het zal toch niet zo zijn dat mijn 'Garmisch Partenkirchen' mij op het laatste, en cruciale moment in de steek laat. Thuis maar even kijken.
De motor stuurt heerlijk. Door het extra gewicht op het achterwiel heb ik het idee dat ik veel strakker en meer gecontroleerd de bochten kan nemen. De tanktas dempt het vrolijke getik van de klepjes. Omdat ik nog steeds de originele buddyseat op mijn fiets heb, is deze na al die jaren verre van comfortabel geworden. De schuimrubber vulling is behoorlijk ver ingedeukt, het lijkt wel een plank. Bij de motorzaak heb ik een, van luchtkamers voorzien, 'dekje' gekocht. Ideaal, weg met de tintelende bippen! Het voordeel is ook dat de trilling van de boxer een stuk minder merkbaar is, ik rij op wolkjes....
Thuis probeer ik de detailkaarten weer met de pc op mijn Garmin 2820 te zetten. Jammer maar helaas; wat ik ook probeer, niets! De geprogrammeerde routes en 'waypoints' zitten er gelukkig nog wel in.
En zo wordt het wederom veel te laat, half een. Pieter en ik hebben afgesproken tegen een uur of zeven morgenvroeg in Zuidlaren bij Jimmy te zijn. Om drie uur lig ik nog wakker. Het komt nu wel heel erg dichtbij!
Joepie.
Za 09-06-2007
Om kwart voor zes gaat de wekker. Ik heb toch nog heerlijk geslapen, wel veel te kort. Naast me ligtNina nog steeds te ronken. Vier weken zal ik haar niet zien, en dat is voor het eerst sinds dik twintig jaar, ‘ben benieuwd.
Ik maak m'n broodjes klaar. De motor staat, bepakt en bezakt, in de garage geduldig te wachten op wat komen gaat.
Om half zeven is de 'hele'Molenweg er al om ons uit te zwaaien, tof.Nina & Niek staan met slaperige oogjes toe te kijken. Het is best moeilijk, ik probeer zo veel mogelijk van hen in mij op te nemen, daar zal ik het mee moeten doen deze maand. Een diep gebrom kondigt Pieter aan.
Even later komenHillary en Jeroen.
'Dag lieverds, tot over vier weken, we zullen voorzichtig zijn en geen fratsen uithalen'.
WE GAAN. Luid toeterend en wild zwaaiend rijden we deHoofdstraat uit; we zijn op pad. De eerste meters zijn gereden, nog zo'n 8 miljoen te gaan.
De eerste overtreding is al een feit wanneer we nét Peize uit zijn. Door werkzaamheden aan de Bunnerveenscheweg staan er stoplichten langs de kant, natuurlijk op rood. Niemand te zien dus doooooooooor.
In Zuidlaren staan Jimmy en Gerda al buiten op ons te wachten. Jimmy op een Buell 1200 en Gerda op een Harley Sportster 800. Jimmy lacht en kijkt veelbetekenend op zijn horloge. Oei, we zijn tien minuten te laat. Op naar Robert in Gieterveensekanaalsedijksemond of zoiets. Daar staat nog niets voor de deur, geen Robert en ook geen motor..... Het blijkt dat hij gistermiddag onderuit is gegaan met zijn moderne BMW R1100. Hij reed gelukkig stapvoets, maar het kostte hem toch een nieuw kleppendeksel en een nieuwe accu....??? De motor wil niet starten dus we moeten hem aandrukken, geen lolletje met die compressie. Dat wordt wat...
Er volgt een saaie rit naar Hamburg. Het weer is prima, haast een beetje te warm om in vol ornaat te rijden. Bij het laatste tankstation voor Hamburg nemen Pieter en ik afscheid van Jimmy, Gerda en Robert. Zij rijden dwars door Denemarken naar het noorden om in Hirtshals de veerboot naar Kristiansand, Noorwegen, te nemen. Hun boot vertrekt om één uur 's nachts. Tijd genoeg.
Wij rijden onder Hamburg langs naar Putgarden voor de veerboot naar Rødby. We genieten van het samen rijden; dit wordt het dus voor de volgende vier weken, vet.
We zijn prima op tijd voor de boot. We gaan gelijk door naar de taxfree winkel en kopen de eerste voorraad drank: 1 liter Tullamore Dew Irish Whiskey en 1 liter gin, 60%, voor in de tonic. Hier moeten we toch een aardig tijdje mee kunnen doen, toch?
We hebben nu al twee landen gehad: Nederland en Duitsland. Denemarken doen we vandaag ook nog even. De planning is om vandaag tot onder in Zweden te komen.
De rit door ons eerste Scandinavische land gaat voorspoedig. We rijden dik 100 km/u en de fietsjes brommen beide van plezier. Na Kopenhagen rijden we over de prachtige brug over de Öresund naar Malmö. Hier moeten we ergens een slaapplaats zien te versieren. Het weer is heerlijk zomers; zonnig en warm.
Op het zuidelijke pieletje onder Malmö vinden we bij Falsterbo een prima camping. Onze, vooraf bestelde, campingcard wordt gevalideerd, (€22,50). We krijgen direct zo'n €5,- korting, prima. Als dat zo doorgaat hebben we aan het eind van de rit zo'n €75,- voordeel.
Eten........., eerst Zweedse malmös halen, en dan boodschapjes doen voor de avond (salamiworst en pindae), en natuurlijk voor het ontbijt.
Bij het haventje van Falsterbo vinden we een leuk visrestaurantje, met een terrasje vol heel leuke serveersters. We eten een soort 'mixed grill' van vis, maar dan niet gegrilleerd. Haring op twee manieren, zalm, garnalen, een superheerlijke vispaté, mosselen etc. Ronduit vreselijk lekker. Vanuit het haventje hebben we een prachtig uitzicht over de Öresund met zijn majestueuze brug naar Kopenhagen.
Terug naar de camping om de whiskey te proberen. Ik hou persoonlijk niet zo bijzonder veel van sterke drank, maar dat zal gaandeweg wel veranderen, denk ik. Na twee glazen is het al veranderd. Lekker spul zeg, die whiskey. We drinken een flink gat in onze voorraad. We zitten aan een houten tuintafel bij de tent wat te klooien met onze ‘special tools'; zoals een widiwidi voor het fototoestel, superhandige ministatiefjes, led-lampjes en meer van dit soort gadgets. Gewoon lekker kletsen, drinken, kijken en klooien. Dit kan wel eens de tendens worden voor de rest van de vakantie. Om half twee kruip ik mijn tentje in. Best wel moe. De eerste nacht zonderNina en de jongens..............
Dag hoor.
Zo 10-07-2007
Al erg vroeg staat de zon op mijn tent te branden. Binnen is het haast niet meer uit te houden, eruit.
We ontbijten met eigen espresso, broodjes, jus d'orange en melk, volwaardig en lekker bovendien.
Tent inpakken en opstappen. Vandaag rijden we naar Stockholm, een rit van zo'n 750 km. Ik had de hele tijd in mijn hoofd dat de afstand vandaag slechts zo'n 350 km zou zijn. Even slikken, het blijkt dus 400 km meer te zijn. De planning is om niet de snelweg te nemen maar binnendoor via Växjö te rijden. We verdwalen een beetje in Malmö omdat Annie, mijn GPS, de hele tijd zit te zeuren dat we niet op de aangegeven route rijden en terug moeten, ja.... dûh.
We rijden een heel stuk door het prachtige Zweedse land. Prachtig maar wél langzaam. Dit wordt een erg lange rit zo. We worden behoorlijk opgehouden in de vele kleine dorpjes waar we doorheen komen.
Bij Hässleholm besluiten we toch maar via de snelweg naar Stockholm te rijden. Dat gaat vast een heel stuk sneller. We nemen de Södra Vägen (de 117) naar de snelweg (E4), richting Stockholm.
Het weer is nog steeds prima totdat we bij Nyköping gaan tanken met lekkere hapjes. De lucht begint flink te betrekken en vanuit het noorden komt een zwarte kolkende wolkenmassa opzetten, een heel schip met zure appels op komst. Ik pak de tanktas en de tentbuidel extra in en vrolijk stappen we weer, volledig voorbereid, op de motor. We duiken de regen in.
Plots realiseer ik me dat mijn widiwidi-telefoon nog in de borstzak van mijn motorjas zit, en deze is helaas niet waterdicht, denk ik! We stoppen langs de snelweg onder een viaduct. Ja hoor, widiwidi kleddernat. Het beeldscherm geeft niets meer aan. Snel haal ik, op hoop van zegen, de accu los. Misschien blijft de schade beperkt.
Zo'n 50 meter voor ons stopt een Harley, mét volgauto. Ook hij is kennelijk door het noodweer overvallen. De regen komt met bakken uit de lucht, het asfalt gaat schuil onder een laagje schuim, het lijkt wel shampoo, maar dan heel veel.
Een paar auto's rijden ook de vluchtstrook op, achter de volgauto aan. Maar dan sturen ze ineens weer de weg op. Er ontstaat een ware chaos op de snelweg, remlichten, slippende auto's, alarmlichten, auto's overdwars. Het eerste waar ik, praktisch als ik ben, aan denk is: 'hoe krijg ik in Godsnaam mijn motor over die vervloekte vangrail heen. Straks ligt al het verkeer van Zweden hier op een hoopje, met mijn fiets eronder'. Wij beginnen wild te zwaaien naar de achterop aanrazende auto's dat ze vaart moeten minderen, dat helpt gelukkig. Op een gegeven moment staat de hele zooi stil, midden op de snelweg. Het viaduct, waar wij onder staan, ligt net bovenop een heuvel in een flauwe bocht. Het achteropkomende verkeer kan de verkeerschaos vóór ons pas heel laat zien. Gelukkig lost de troep voor ons snel op en rijdt alles weer, nét geen aanrijding. Dit had makkelijk kunnen resulteren in een flinke kettingbotsing, met alle gevolgen van dien. Ik ben dolblij dat ik vergeten was mijn widiwidi uit mijn borstzak te pakken. Anders waren we daar nooit gestopt en hadden we nooit het verkeer kunnen waarschuwen.
Wanneer we weer willen wegrijden, komen twee vrachtautocombinaties met een noodgang voorbij razen. Deze hadden nevernooit op tijd kunnen stoppen wanneer ze een minuutje eerder langs waren gedenderd, oef.
Het wordt drukker en drukker, een teken dat we al bijna bij Stockholm zijn. Gelukkig kunnen we, met de fietsjes tussen de auto's door laverend, redelijk opschieten in de file. De regen hebben we achter ons gelaten. Annie probeert ons de weg naar de camping te wijzen. Hier kom ik helaas pas achter als we al bijna bij de camping zijn. 'Nee......., we willen eerst naar de boot, stom ding!'
Via een aantal lange tunnels bereiken we de stad. Hoog op een gebouw zien we het logo van VIKING LINE, daar moeten we heen. De havens bevinden zich zo'n beetje midden in de stad. Helaas geen boot. We kunnen ook nergens reserveren want alle kantoren zijn gesloten. We moeten dus een slaapplaats voor vannacht regelen die niet te ver van de haven is. Een Duits echtpaar vertelt ons dat de boot morgenvroeg al om kwart voor acht zal vertrekken. Dat wordt vroeg op, en dat tijdens de vakantie, bah.
Een klein stukje de helling op vinden we een hotel, voor €200,- per nacht. Iets te duur. De man achter de balie stuurt ons naar een soort jeugdherberg in de haven, een boot. Gelukkig hebben ze nog net een hut vrij. Degene die de hut besproken had is niet komen opdagen. Prima.
Nadat we ons kleine hokje een beetje hebben ingericht gaan we weer naar buiten. We hebben nog niet gegeten en het is al laat. Mac Donalds roept ons vanuit de stad, ok. Lekker vetbekken, en het vet valt diep. We voelen ons net een stelletje oude zwervers tussen al het jonge grut. Weer buiten schieten we iemand aan om te vragen naar een Ierse pub, ik heb vreselijk veel zin in een lekkere Guinness. Voorwaar, tien minuutjes lopen door de mooie stad en we staan voor een heuse pub.
Natuurlijk mogen we binnen niet roken, maar dat is geen probleem. De gigantische schuiframen aan de voorzijde zijn helemaal omhoog geschoven, dus we kunnen in de vensterbank een sjekkie roken. FOUT. Roken moet buiten! Nou, prima, dan gaan we buiten op de stoep staan, en zetten we het glas in de vensterbank. FOUT. Drinken moet binnen! Waarschijnlijk moet meer dan 50% van je lichaam binnen zijn om te drinken, en meer dan 50% buiten om te roken, en dat gaat niet tegelijk! Wat een puriteins geneuzel. Toch blijven we tot sluitingstijd zitten. Het diep bruine goud vloeit tierig.
Tegen een uur of een zijn we weer bij de slaapboot. Ons hutje is klein en benauwd. Er staat een stapelbed en er is een wasbak. Maar na weer zo'n enerverende dag is het goed slapen geblazen.
‘Truste.
Ma 11 juni 2007
Ik heb de wekker op 6 uur gezet, en dat is best wel erg vroeg. Pieter gaat toilet maken. Ik ga eerst maar even de boot bespreken. Vandaag varen we naar Turku, in Finland.
Er staat al een lange rij auto's voor de boot te wachten. Bij een kaartknipjuffrouw in een kaartknipjuffrouwhokje betaal ik SEK552,- voor twee motoren met ons erop, dat is nog geen €30,- per persoon, en dat voor een bootreis van zo'n 12 uur.
Ik rij weer terug naar de slaapboot om de motor op te pakken. Aangezien we de fietsen nergens veilig konden stallen, hebben we de hele bagage er maar afgehaald. Gelukkig ligt de veerboot nog geen 500 meter van de slaapboot, anders zouden we deze boot zeer zeker gemist hebben.
We rijden als laatste de boot op, oef, nét gehaald. Er is meer dan genoeg ruimte om de motoren te stallen. Kennelijk krijgen we volstrekt geen hulp van de Finse bemanning, en moeten we zelf maar een plekje zoeken. Banden of touwen om de fietsen vast te sjorren schitteren door afwezigheid. Zo goed en zo kwaad als het gaat plakken we de motoren in een hoekje. Ergens achteraf vinden we gelukkig een lang touw waarmee we alles goed kunnen vastzetten. Pieter heeft een of andere spanband gevonden, vol met smerig vet. Sneu laat hij z'n vieze vette handen zien,
Eerst maar even ontbijten. We moeten €13,- p.p. betalen voor een zeer uitgebreid ontbijtbuffet. Prima prijsje. We worden bij de entree van het restaurant vorstelijk onthaald met een glas champagne. De oberresse gaat ons voor naar een tafel aan de raamzijde.
Wat een luxe; een heerlijk ontbijt met alles wat je maar kunt wensen, het kan niet op. Vers gerookte zalm, kaviaar, haring, vlees, kaas, zoete zooi voor op brood, verschillende taarten en allerlei heerlijke broodjes.
Al genietend glijdt het feeërieke landschap aan ons voorbij. Vanaf Stockholm vaar je de eerste paar uur tussen allerlei schitterende eilandjes door, vele zijn bewoond. Een cruise is er niets bij.
Na het ontbijt gaan we naar het zonnedek, zo'n veertig meter boven de waterspiegel. Het weer is schitterend. Er staan tuinstoelen klaar waar we heerlijk kunnen uitbuiken na het superontbijt.
Na de eerste nacht in Malmö is het wel duidelijk geworden dat we toch wat meer drank moeten inslaan, het gaat hard, veel te hard. Op naar de Taxfree. Een litertje Tullamore Dew, twee rugzakjes en een paraplu rijker, lopen we weer naar het zonnedek.
We varen nu op volle zee en dat is goed te merken aan de temperatuur. Ondanks dat de zon enthousiast staat te blaken, is het toch nog behoorlijk fris. De rest van de dag bestaat eigenlijk uit rondhangen, slapen en lezen met zo nu en dan een lekker hapje tussendoor.
Het is schitterend om alle mensen te bekijken en bekritiseren, maar na twaalf uur op dezelfde boot heb je de meeste al wel een keer gezien. Halverwege de tocht komen we aan in Mariehamn, een havenstadje op Åland, een groot eiland in 's werelds grootste archipel. Hier legt de M/S Isabella een korte tijd aan om te lossen en laden. Na een klein uurtje varen we alweer verder. Slingerend tussen alle eilandjes vaart de boot naar Turku, waar we tegen een uur of zeven aankomen. Eindelijk weer rijden, ha.
Eerst moeten we nog door de douane. Ik heb speciaal voor op de Noordkaap wat wiet meegenomen. Goed luchtdicht verstopt in de framebuis onder de tank. Ik heb zelfs alles en beetje met motorolie ingesmeerd voor de honden, je weet maar nooit. We moeten eerst over een groot geasfalteerd terrein rijden met aan de linkerzijde douaniers en soldaatjes met ruikhonden. Het lijkt wel of we Rusland binnenrijden. Aan de rechterzijde worden een paar vrachtauto's minutieus doorzocht, oeps. Pieter rijdt voorop en stuurt tactisch over het midden naar de uitgang. Een grensvent staat wild te zwaaien. Over stoepranden en zwart/geel gestreepte drempels hobbelend, komen we bij de grenspost. We zetten ons aardigste gezicht op en mogen zonder problemen doorrijden, gehaald!
Annie wijst ons redelijk goed de weg naar Ruissalo. Heerlijk om de naaimachientjes weer onder de bipjes te voelen brommen; hulde jongens.
De camping Ruissalo ligt zo'n twintig kilometer ten noordwesten van Turku, op een schiereiland. We worden vriendelijk ontvangen, ondanks dat de Finnen behoorlijk nors (Noors zegt Pieter) kunnen kijken.
Waarom kunnen ze op campings nou niet voor een vlakke tentplaats zorgen, op de een of andere manier moeten de tentjes kennelijk altijd scheef staan. Vaak nog op hoge pollen gras. De scheve tentplaatsen worden echter ruimschoots gecompenseerd door de schitterende, spieksplinter nieuwe was- en kookvoorziening. Naast de modern gestileerde keuken is een gezellig overdekt terras met houten meubels. Dit wordt een prima plekje om de avond door te brengen. Met de Malmö-worst en gin-tonic wordt het wederom een heerlijk avondje genieten tot in de kleine uurtjes. Lekker samen kletsen en ouwehoeren, wat schrijven en lekker drinken, eten en roken: wat een kutvakantie, ha.
Voor het slapen gaan nog even lekker douchen. Het water is Scandinavië is vast heel erg goedkoop; er komt meer dan zat uit de douchekop, mijn hemel wat een stortbui, heerlijk.
Ik kruip eerst in mijn luxe natuurzijde lakenzak, en dan diep in de donzen slaapzak, wat een natuur! De twee kussentjes, dieNina uit haar oude slaapkussen geknipt heeft liggen super. Lekker tukken.
Slaap lekker.
's Nachts word ik wakker van de regen die op de tent klettert. Toch maar even eruit om alles te controleren. Ik heb de tent nogal slordig opgezet en nu komt de buitentent tegen de binnentent, en dat moet niet. Terug in m'n zak glijd ik weldra in een weldadige slaap, mmmmm.
Di 12 juni 2007
Tegen negenen ontluiken mijn oogjes. Het is gelukkig droog, de tent helaas niet, het is niet anders.
Snel pakken we de hele boel op de motor en rijden naar de receptie. In het winkeltje kopen we koffie en een paar broodjes voor het ontbijt.
De fietsjes staan al popelend mooi te zijn. We stappen op en sturen noordwaarts. De stad Turku stelt niet bijzonder veel voor, weinig tot geen architectuur en ietwat Oost-Gotisch aandoend. We volgen de E36 richting Tampere.
Het zuiden van Finland is niet bepaald een ontzettend prachtig stuk om doorheen te rijden. Het idee echter, dat we met onze oude BMW-tjes door Finland rijden, is daarentegen wel supervet.
Vandaag proberen we Kuopio te bereiken, zo'n 500 km ten noordoosten van Turku.
Na zo'n anderhalf uur rijden, is rijden niet zo heel erg leuk meer. Ondanks de 'AirHawk' anti-decubitus kussentjes onder de poepkes, begint het van onder toch wat te tintelen en kneuzen. Even stoppen doet wonderen, gewoon even lekker staan, sjekkie roken en wat ouwehoeren.
Wat een lijpe taal dat Fins; heel erg veel lettertjes achter elkaar in de meest idiote combinaties. Wat zou KUTEET nu betekenen? Of je zou maar eens in Kut-umäki wonen!
Mijn motor heeft aardig wat meer dorst dan die van Pieter. Wanneer we bij het Neste-tankstation, Kahvila in het Fins, stoppen om te tanken, blijkt dat mijn fiets zo'n beetje 1:14 loopt. Pieters motor loopt 1:17. Dit betekent dat we zo'n 280 km kunnen rijden, maar daar komt de reserve dan nog wel bij. Het tanken is volstrekt geen probleem, het betalen wel! Onze giropasjes met 'Maestro' logo zijn niet bekend in Finland. Het 'Maestro' logo staat wel op de deur maar dit geldt kennelijk alleen maar voor de Finse kaarten, nou......., da's weer mooi kut. Dan maar met de creditcard betalen, dat gaat gelukkig wel goed.
De omgeving is hier al een heel stuk mooier. Het begint licht bergachtig te worden, de wegen zijn haast uitgestorven en de dorpjes zijn haast op. Stel dat je hier met pech komt te staan. Dan moet je de Waägenwågtpraätapaålendienstuokyla bellen, in het Fins. 'Tja, waar staan we......., ergens tussen Tampere en Jyväskyla, waarschijnlijk bij Längelmäki of zoiets'.
Maar, we hebben geen pech en sturen vrolijk verder. We rijden zo'n beetje om de beurt voorop, een beetje rechts zodat je je broertje nog goed kan zien in het spiegeltje. In Finland kun je op de doorgaande wegen 100 rijden, dat is dus 110 voor Nederlandse motorrijders uit Peize op een BMW R75/5, logisch! De Finnen rijden heel defensief; wanneer je iemand inhaalt, laten ze een hel groot gat vallen tussen hunnie en ons. Waarschijnlijk is er niet eens een Fins woord voor 'kontjekleven', of het zou 'pikku perseet-palat' moeten zijn, zeer vrij vertaald.
Pieter en ik zijn het idiote asociale Hollandse verkeer gewend en maken stiekem een beetje misbruik van de Finse rijstijl. We halen heel wat Finnetjes in en schieten lekker op. De wegen zijn van een lichtgrijs, grof maar scherp, bandenvretend asfalt. Prima gelegd, zonder gaten en hobbels. Super rijden hier. Je kunt hier heerlijk doorkarren.
Na een paar uur rijden wil Pieter plots de natuur in, ok. We slaan af en rijden een smal bospad in, dwars door half weggekapte naaldbossen. Bij een meertje stappen we af. Wat een rust. Er liggen een paar roeibootjes, de verleiding is haast te groot. Toch laten we de bootjes mooi op de kant liggen. Wij zijn best netjes!
Na een half uurtje rondhangen stappen we weer op. Kuopio is nog maar een klein stukje, zo'n 90 kilometer. Het weer slaat om. Het hele stuk was het half bewokkeld, maar nu begint het toch wat te dreigen. Wanneer we Kuopio binnen rijden, klettert de regen met bakken uit de lucht, gelukkig maar voor korte duur. We hebben het nog steeds niet koud gehad op de motor, de temperatuur schommelt de hele dag om en nabij de 16°C.
De camping Rauhalahti in Kuopio ligt redelijk dicht langs de snelweg, dus behoorlijk lawaaierig. Het is echter een mooie ruime, én vlakke camping. Met mooie boomgroepjes van berken en sparren.
Helaas kunnen we niet op de camping eten dus we rijden naar de dichtstbijzijnde supermarkt om wat te halen. Ik moet ook nog steeds contant geld halen, maar de pinautomaat, 'OTTO' in het Fins, kent verdorie mijn giropasje weer niet, kutding. Met de creditcard lukt het gelukkig wel. In de megagrote super kopen we heerlijke onbelegde broodjes. Samen met wat dikke plakken warme beenham van een overenthousiaste slager, een lekkere feta-salade, melk en wat blikken bier heb je toch een hele maaltijd. De fietsen hebben we tegen de pui van de supermarkt gezet. Annie heb ik maar even in de tanktas gedaan. De rest laten we verder zitten. Aangezien de regenhoes over de tanktas zit, zal er niet zo snel uit gejat worden, hopen we. De belangrijke papieren zitten veilig opgeborgen in de motorjas.
Het weer is weer opgeklaard, gemoedelijk rijden we in een lekker zonnetje terug naar de camping. Tentjes opzetten en eten, mmmmm. Gelukkig kunnen we niet afwassen, dus dat hoeft niet. Gewoon buiten laten staan en wachten tot het vanzelf schoon wordt. Of morgen toch maar even.
Van 'Overtoom Den Dolder' heb ik een klein opvouwbaar frisbeetje gekregen. Geinig speeltje voor op de camping, en voorwaar. Al snel ontstaat er een wetenschappelijke discussie tussen Pieter en mij, hoe het toch kan dat deze frisbee een constante afwijking naar links heeft. Waarschijnlijk heeft dit te maken met de draaiing van de frisbee in combinatie met de draaiing van onze aardkloot en de partiële zonindex, gehuld in een meervoudig bistabiele dermaprotector met een verstoorde kristalloïde tijdruimtecontinuüm.
Pieters geleende motorbroek heeft wat last van kruislekkage. Met behulp van wat lijkenfolie (zwarte folie om bij een aanrijding met de trein het eventuele stoffelijk overschot af te dekken) en Ducttape, fabriceert hij een prachtige waterdichte bermudashort. De handigerd! Deze 'tussenbroek' gaat dus tussen de buiten- en binnenbroek. Je ziet er niets van, maar het kraakt wel.
Het is nu al elf uur 's avonds en het is nog steeds gewoon licht. De zon is al wel onder, maar je kunt nog steeds van alles doen; paardrijden, lezen, parasailing, bungeejumpen, diepzeeduiken etc. Geinig.
Even verderop staat een mooi houten bankje bij een Duitsch tentje. 'Dat bankje staat daar niet', zegt Pieter. Inderdaad......; ineens staat het handige zitmeubeltje ineens bij onze tentjes. 'Nah, dat ist toch mooi, nicht-wahr, nah?'.
Na een 'paar' overheerlijke glaasjes whiskey duiken we onder zeil, het is nog steeds niet donker. Dat zal de eerstkomende weken wel vaker het geval zijn. Ik doe mijn slaapmaskertje op. Deze heb ik speciaal voor de zonnige nachten gekocht bij de ANWB in Roden. Ik is een beetje teut.
Umpffff
Tegen een uur of vier word ik wakker van de regen. Het is stikdonker, nee....., ik heb dat stomme maskertje nog steeds op. Af met dat ding. Vanaf nu zal ik ook de daglichtnachten volledig ervaren, dat hoort er nu eenmaal bij, gewoon een kwestie van wennen. Ik heb nu de tent wel zorgvuldig opgezet, mét de scheerlijnen, dus ik kan lekker blijven liggen.
Wo 13 juni 2007
Om een uur of negen begint mijn lichaam zich gereed te maken voor de nakende dag. We gaan luxe ontbijten, joepie. Pieter duikt vol overgave in het bakpannetje en tovert in no time een volwaardige, hoogculinaire munakas pekoni (omelet met spek) op tafel. Lekker met een vers kopje espresso uit het originele Italiaanse aluminium espressopotje.
De keuken op deze camping heeft iets weg van een SS-kamp uit de oorlog; een lage barak, tussen andere barakken in, poepbruin met manshoge nummers erop. De ruimte is opgedeeld in vijftien kleine hokjes met kookplaten in een klein aanrechtblad en een klein oventje, elk met zijn eigen afscherming. Zo kun je tenminste niet zien wat Tomi en Mika naast je aan het koken zijn, wel ruiken.
Na dit hemelse hoogstandje pakken we de tenten in, en de motoren op. Het zonnetje staat weer hoog aan de hemel, het is warm. Puffend trekken we de motorkleding aan, als we straks rijden, wordt het vast weer heerlijk koel.
We beginnen het in- en oppakken al aardig onder de knie te krijgen, het gaat steeds sneller. Ik ben ook elke keer een klein beetje de bagage aan het reorganiseren, dat werkt prima. Het zware spul zo laag mogelijk, en de rest bovenop de buddy.
Wanneer we opstappen ontglipt mij een flatuleus vleugje. Merde, het is meer dan een vleugje. Waarschijnlijk heeft de beenham van gisteravond desastreuze gevolgen voor mijn stoelgang veroorzaakt. Hoezo 'been-ham'! Broek vol...
'Uhm....., Pieter..., rook jij maar even een sjekkie, dan ga ik nog even snel onder de douche'.
Hier het bewijs dat het inpakken steeds meer geordend gaat, ik weet fluks een nieuwe onderbroek en een verse handdoek te scoren uit een van de zijtassen, een wasdoekje en wat zeep en snel onder de douche. De onderbroek moet ik helaas als chemisch afval achterlaten.
Om half twaalf stappen we voor de tweede keer op, het gaat nu goed, alleen doet mijn buikje zo nu en dan heel erg 'broelp'.
Het wordt steeds mooier, dit is het Finland wat ik voor ogen had; wijds en stil, haast verlaten. We rijden een paar uurtjes tot ik weer moet tanken. Mijn buikje maakt nog steeds rare geluidjes. Ik maak nog ‘even' gebruik van het plaatselijke privaat. De wc maakt in deze twintig minuten flinke overuren, merde, en dan straks nog weer rijden ook. Ik voel me niet zo heel erg lekker.
Toch stappen we maar weer op. Vandaag rijden we naar Kuusamo, een tocht van zo'n 460 km. Wat een schitterend landschap; prachtige berkenbossen en naaldbossen wisselen elkaar af. Betoverende meren schieten aan ons voorbij. De weg slingert zich met lome bochten door het heuvelachtige gebied, geen dorpjes, bijna geen verkeer. Alleen onze motoren die maar door bulderen, een diepdonker concert voor twee stemmen.
Ineens schrikken we op van een paar rendieren langs de weg, lui en maar half geïnteresseerd kijken ze ons aan als wij rustig langsrijden. Een paar honderd meter verder zien we potjandorie ook nog een echte eland, groot(s), donkerbruin en statig. Het zal wel een vrouwtje zijn want het gewei ontbreekt. Wat een statig dier. Bedaard draait ze zich om en kuiert rustig de bossen in. Wow, we hebben een eland gezien, in het wild, spontaan en onverwacht. Dat is toch mooier dan ernaar op zoek te gaan met een gids in een Vølvøakaärine 4WD.
Annie, de schat, attendeert mij er op dat we, zo'n 15 km voor Kuusamo, heel dicht langs de Russische grens komen. Dit willen we echt wel. Op de driesprong stoppen we even voor een sjekkie. Binnen 20 seconden zitten we allebei onder de muggen, van die grote misselijke rottige steekmuggen. Gelukkig heb ik mijn DEET, met een slagkracht van 50%, schietklaar in de borstzak van mijn motorjas zitten. 'Kom maar op, met je steeksnuit......., jaaaa, dat is vies hè?' De muggen zijn nu geen probleem meer, alleen iets irritant, that's all.
We draaien de ‘866' op naar de grens. Ik dacht dat deze route alleen maar een verlaten weg naar de grens was, maar ook hier zijn nog verscheidene kleine gehuchtjes, bestaande uit een paar huisjes en een paar boerderijtjes. De weg lijkt wel nieuw gelegd, schoon en glad, frisgrijs. Prachtige kombochten nodigen ons uit om het gas eens lekker open te trekken. Wel spannend, want ook hier kunnen zo maar ergens in de bocht een paar achterbakse rendieren op de loer liggen die ineens voor je motor springen, quasi onschuldig kijkend met hun trouwe rendierogen.
Doordat de weg gewoon de contouren van het landschap volgt, zitten er hele geinige bulten in. Van die bulten waar je eerst helemaal niet kunt zien waar de weg ná de top heen buigt. Als je er lekker hard overheen rijdt, voel je je maag tegen je huigje tippen, vet.
Na een paar kilometer moeten we ineens vol in de remmen voor een groepje rendieren, een stuk of twaalf. De remtrommels lichten haast rood op, zwaar protesterend doen de ze moeizaam hun werk en staan we nét op tijd stil, gloep, hier werden we dus voor gewaarschuwd. Voorzichtig rijden we door de groep heen. Een grote rendiervrouw rent een stukje met me op. Haar hoefjes klakken net zo leuk als de houten klepperslippers van Zwaantje, mijn buurvrouw thuis.
Na zo'n twintig kilometer staan we ineens voor de grens. Een open gekapte vlakte met een hek en een paar gebouwtjes. Ik rij naar een man van in de vijftig met een militair kostuumpje aan. 'Hello, we like to cross the border into Russia, is that possible?', vraag ik de man. 'Passport' zegt hij no(o)rs. Nou prima, dat wil ik wel proberen. Vanuit het gebouwtje komt een jongere vent in een douanepakje. Helaas kunnen we niet de grens over, want we hebben geen visum, jammer. Op mijn vraag of het er aan de Russische kant anders uitziet als hier zegt hij lachend: 'it's almost the same as here, nature is the same, only the roads are very bad, comparing to the Finnish roads'. We raken verder aan de praat. Hij moet, zoals ik het begrijp, diensten draaien van wel twintig uur, zeven dagen lang. Daarna is hij weer een week vrij. Hij woont in Kuusamo en heeft daar een snelle KTM 650 staan. Een gezellige vent. De militair staat er een beetje verloren bij, sneu dat hij geen Engels spreekt. Hij heeft wel een hele vriendelijke blik in zijn ogen. We mogen foto's maken, de jonge vent, Tomi, wijst ons een plekje waar we nog beter de Russische kant kunnen zien, zo'n 200 meter verderop. Het ziet er daar inderdaad hetzelfde uit als aan deze zijde. Nou mooi, dan hoeven we daar dus ook niet heen.
Tomi vindt het een hele prestatie om met zulke oude machines helemaal tot hier te rijden. Ik vraag hem of hij voor de foto even op mijn motor wil zitten. Wanneer we weer terug zijn in Nederland zal ik de foto's naar zijn ie-meel adres sturen. Voorzichtig stapt hij op. 'You can take the bike for a little spin, if you like', zeg ik. 'No thanks, it's okay like this.
We gaan weer verder, hartelijk uitgezwaaid door de twee Finnen rijden we weer terug naar de E63, de '5' volgens locale begrippen, op weg naar Kuusamo.
Na even zoeken vinden we Camping Kuusamon Tropiiki, een ietwat verwaarloosde camping aan een meertje. Bij de receptie in het Tropiiki Hotel vertellen ze ons dat we, binnen een bepaalde cirkel, overal mogen kamperen waar we willen. Prima. Aan het water vinden we twee vlakke plaatsen boven op de start/finishlijn van de plaatselijke Olympische langlaufwedstrijdpiste. Er ligt bijzonder weinig sneeuw dus dat zal wel geen problemen opleveren. We kunnen kiezen tussen Lãhtõ en Mãali, de een zal wel de start en de ander de finish zijn, of andersom natuurlijk. Wijs als we zijn, kiezen we voor de lager gelegen Lãhtõ. De tentjes staan in een poep en een scheet. Eerst maar even de levenssappen controleren van de motor. Ik heb van huis een litertje motorolie meegenomen, volgens de BMW dealer van Houten, de beste voor mijn fiets; Castrol vol-synthetisch! Er kan wel een half litertje bij. Dat vindt hij wel lekker, hè....?
We nestelen ons op de trap, tussen de miljoenen en miljoenen muggen.
Op het steigertje staat een vader met zijn twee zoons te vissen. Ik wil ook met mijn twee zoons hier staan, alleen heb ik een ongelooflijke poephekel aan vissen! En is mijn liefste familie zo'n 2000 km hier vandaan. Dat wordt ‘m dus niet.
Het lijkt net of er vanuit het meer een klein duikbootje door het wateroppervlak breekt. Wanneer het dichterbij komt ziet Pieter wat het is. 'Man, dat is een bever'. Snel de verrekijker pakken, vet, inderdaad een echte bever. Even later zien we nog een kudde, luid trompetterende wilde zwanen. Wat een schitterende natuur hier, zo diep in Finland. We zijn omringd door duizenden dieren, met name muggen!
Het is weer een hele mooie avond. Op de steiger hangt een reddingsband aan een veel te kort touwtje. Pieter probeert met veel bravoure de band zo ver mogelijk het meer dan tweehonderd meter brede meer in te gooien. Hij haalt zo'n anderhalve meter, de bikkel, het touwtje is dan ook niet langer.
We hangen nog wat rond, genieten, schrijven en ouwehoeren, drinken en roken; zo langzamerhand dé rituele avondbesteding. Het wordt, zoals gewoonlijk weer veel te laat. Dat mag want het is tenslotte vakantie, en dan moet je goed uitrusten, vooral mentaal. En je kunt alleen mentaal uitrusten als je volop geniet. En van dat genieten moet je genieten.
Do 14 juni 2007
Het is negen uur, prachtige tijd om op te staan. We breken snel op en gaan ontbijten in het hotel Tropiiki, naast de camping. De receptioniste verwijst ons naar het buffet op de begane grond, gesloten. 'Oh sorry, you better go to the restaurant on the first floor'. Maar boven is het bepaald ook geen drukte van belang. Er zitten wat oude van dagen een kopje koffie te drinken. Geen bediening, obers, medewerkers of wat dan ook. De enige medewerkster die we zien is de badjuffrouw in een glazen hokje, beneden bij het ‘would be' subtropisch zwemparadijs. Verveeld zit ze wat rond te kijken, logisch want er zitten maar een man of drie in het zwembad.
We tappen zelf maar koffie en melk in. Op het lege buffet liggen nog net twee onbelegde broodjes, beter dan niets. We gaan aan het raam zitten met uitzicht op het binnenbad met badjuffrouw. Nog steeds geen bediening of wat dan ook. Nou, dan mag je blijkbaar ook zo naar buiten lopen zonder te dokken! Beneden in de toiletten gaan we nog even snel wassen en tandjes poetsen.
Buiten staan de fietsjes, bepakt en bezakt, ongeduldig te wachten. Op naar het noorden. We moeten echter nog eerst even tanken. We vinden alleen maar automaten die zelfs onze creditcards niet lusten. Dat kan nog wel eens een probleem worden, want ik hang zo'n beetje tegen de reserve aan. Contant geld hebben we niet meer zoveel, een dikke dertig eypo'tjes.
Zo'n 5 km de berg op, bij een ski-resort is wel een bank waar je geld kunt pinnen, horen we. Ja, mooi niet dus. Bij de skiwinkel worden we weer verder gestuurd; in Määttälänvaara kun je echt geld pinnen. Hiervoor moeten we wel zo'n dertig kilometer omrijden, ok dan. Maar Määttälänvaara blijkt alleen maar een lullig klein dorpje te zijn met alleen een kleine supermarkt en een tankstation met geldautomaat. Niet een waar je contant geld kunt krijgen, maar een waar je contant geld in moet stoppen om te tanken. Dat moet dan maar want anders staan we straks helemaal zonder. Samen tanken we voor €30,-.
We nemen dezelfde weg terug en draaien onderaan weer rechtsaf de ‘5' op, naar het noorden. Toch weer zo'n anderhalf uur kloten om aan wat benzine te komen.
Het rijden is best wel vermoeiend. Je moet constant je hoofd erbij houden. Als je even niet oplet en met je wiel in de berm raakt, is het ineens afgelopen. De kans dat er, na elke bocht of bult, ineens een stel rendieren op de weg staan is erg groot. Degene die voorop rijdt moet continu in boogjes kijken: van links bij de motor, langs de berm naar voren, dan oversteken en rechts langs weer terug tot vlak bij de motor. En dat de hele tijd door. Aangezien de wegen hier allemaal een stuk hoger liggen dan de omgeving, lopen de bermen allemaal schuin en onoverzichtelijk naar beneden. Rendieren vinden de schuine taluds heerlijk om tegenaan te liggen, voor hun lijkt het vast een soort knuffelmuur. Goed verstopt door hun schutkleuren.
Het is warm. Ik begin al aardig trek te krijgen, een droog bolletje is het enigen dat we gegeten hebben. Stoppen bij het eerstvolgende eetding. Aan de kant van de weg staat een metershoge sneeuwpop van wit plastic folie op een parkeerplaats.
Prima plekje voor de lunch. Het café, Tuulenpesä, ziet er uitnodigend uit. We kunnen ons buikje vol eten aan het buffet voor maar €7,- per persoon. Heerlijk, rendiersteak, aardappeltjes, sla en diverse toeten.
Aan de kant van de weg hangt een bord met een kaart van noordelijk Finland met de poolcirkel erop. Tja, leuk, maar waar is die 'Arctic Circle' nu eigenlijk? Het zou toch knap lullig zijn als we het al gemist hebben. 'You're standing right on it' lacht de Finse serveerster ons toe en wijst naar mijn bevallige voeten. ‘Blijkt dat we, heel toevallig, nét op het juiste punt gestopt zijn om te eten. Napapiiri heet dit in het Fins.
In het winkeltje koop ik nog twee T-shirts voor Sjors en Niek. Een met allemaal muggen erop met een, waarschijnlijk schunnige, Finse tekst eronder voor Niek, en een met een rendier, voor Sjors. Aan de voorkant zie je het vooraanzicht en achter op het shirt de bips van het dier.
We stappen voldaan weer op en rijden verder noordwaarts. We rijden een paar uur door. Tegen zessen rijden we langs de camping die ik had uitgezocht. Helaas blijkt deze alleen voor campers en caravans te zijn. We besluiten dan maar door te rijden naar Ivalo, zo'n 100 km noordelijker. Ongeveer 35 km voor Ivalo vinden we het wel welletjes, we zijn moe, ik begin het koud te krijgen en ik wil een lekkere bak soep of zo. We slaan af bij een ‘mesje en vorkje'-bord. Een stukje ten oosten van de doorgaande weg ligt Saariseläntie. Hier staat een prachtige authentieke Samische blokhut. We kunnen gelukkig nog eten. Er is alleen rendiersoep met groente, prima, heerlijk, graag. Met brood, een soort zuurdesem, en boter een heerlijk eenvoudig, doch voedzaam maal.
Pieter vraagt aan de gezellige Lapse moeke wat voor tekst op het 'muggen T-shirt' staat; zij barst in lachen uit en loopt weg. Het zal inderdaad wel schunnig zijn.
Naast de heerlijke soep hebben ze ook nog hutjes om te slapen. Voor maar €15,- voor ons samen. Mét sauna! 'Ten', zegt de vrouw en wijst naar achteren als ze ons de sleutel geeft. 'praätavilhäa vartinaätiskaänen' brabbelt ze lachend. Het zal wel goed zijn. We lopen naar een paar huisjes toe en proberen de sleutel te passen. Nergens kunnen we het getal 10 ontdekken. 'Hello, come here' klinkt het uit de verte. Een ietwat corpulente man staat bij het eerste huisje op ons te wachten. We zijn veel te ver gelopen. Nummer ‘Ten' blijkt het eerste huisje te zijn. Een schitterende grote blokhut, verdeeld in een viertal appartementen. Met een grote zitkamer, ruime keuken, twee douches en een sauna. Super. Onze kamer heeft twee stapelbedden en een soort van balkonnetje. Buiten is het heerlijk rustig. Het enige wat je hoort is het geruis van een ondiep bergbeekje. Het schijnt dat men indertijd behoorlijk wat goud heeft gevonden in deze beek. De man zegt één woordje Nederlands te spreken: 'godverdomme', whoeaaa.
We zetten de fietsen tegen de blokhut en laden de zooi af. Wat 'n ruimte, wat een luxe. De avond vult zich met het gebruikelijke beeld, ouwehoeren en genieten van alles.
Mijn widiwidi gaat. 'Hallo', zegt een stem. 'Jeroen...?'. 'Nee, met Jimmy'. 'Hee Jimmy, hoe gaat het, waar zitten jullie, is alles goed?' vraag ik. 'Wij zitten onder Alta...' en dan valt de verbinding weg. Ik ga wel een sms'je sturen. Ik ben een beetje bang dat we afspraken moeten gaan maken om elkaar ergens bij de Noordkaap te treffen, het gaat veel te leuk met Pieter. Wij tweeën vormen een ideaal reisgezelschap; volledig op elkaar afgestemd, het is net of ik met mezelf op vakantie ben. Dit is zo uniek, dat mag je niet verstoren! Door te sms-en kan ik vooraf nog even rustig met Pieter overleggen. Hoe pakken we dit aan. We denken dat de anderen morgen al wel zo'n beetje op de Kaap zullen zijn. Dan zullen ze dus overmorgen weer terug rijden. We hebben de mogelijkheid om via Kirkenes te rijden, dat zal de afstand tussen hun en ons flink groter maken. Een stout klein jokkebrokje om eigen bestwil ontspruit aan onze gedachten. We gaan morgen naar Lakselv, onderaan de Porsangerfjord, zo'n 160 km onder de Noordkaap. Daar zullen we hen sowieso niet treffen. Het klinkt eigenlijk allemaal een beetje lullig, maar deze reis betekent zo veel voor mij dat ik dit op geen enkele wijze wil laten mislukken. Uiteindelijk sturen we een sms'je met de mededeling dat we elkaar best ergens kunnen ontmoeten, maar dat Pieter en ik samen verder zullen reizen, dus niet met z'n vijven!
Pieter heeft de sauna al een half uurtje geleden aangezet. Gewapend met een heerlijk glas whiskey duiken we in ons blote nakende niksie het hete hok in. De intense warmte hangt als een deken om me heen, dit is heet. Het hok is helemaal bekleed met hout, tegenover de deur zit een raampje met uitzicht op een berkenbos; dit is Scandinavië pur sang. Het voelt heerlijk. Pas na een tien minuten begin ik leeg te lopen, Pieter lijkt wel een dweil. We zitten lekker op het bovenste bankje te kletsen. Na een kwartiertje sudderen ga ik even onder de lauwe douche, daarna loop ik naar buiten, slechts gehuld in een onthullend roze handdoekje. Lekker in de frisse poollucht. Het is zo'n graad of 10. De rust is overweldigend. Ik hoor alleen het geruis van het beekje, verder volstrekt stil. Op naar de volgende saunasessie, en nog een. Wanneer ik weer buiten sta voel ik me volledig schoon, citroentjesfris, herboren en best wel lekker. Bij elkaar zijn we bijna twee uur aan het saunaaien geweest.
Om half twee duik ik m'n zachte bedje in. Het is nog gewoon licht, de zon schijnt vrolijk onze kamer binnen, weird.
Tot morgen.
Vr 15 juni 2007
Het is al half tien, iets te laat, maar dat zijn we gewend. Oppakken en kijken of we kunnen ontbijten in het restaurantje. 'reindeersoup' lacht de mollige vrouw ons toe. Nou nee, doe maar niet hoor. We kopen wel een paar heerlijke zoete suikerdrollen en een paar koppen koffie.
Tegen elven gaan we weer rijden. In Ivalo stoppen we bij een Samische souvenirshop, het moet toch een keer wezen.Nina wil een Laps lapje, Niek een trol en Sjors een lekker zacht rendier.Nina krijgt een prachtig beschilderd ei van steen en een mooie raamhanger van oranje glas, beide met oud Samische symbolen erop. Niek krijgt, na heel lang dubben, een stoer zakmes van Marttiini, een Fins topmerk. Sjors krijgt inderdaad een hele mooie zachte rendierknuffel, zittend!
Het is al weer half een als we de presentjes veilig en stootvrij hebben ingepakt. Nu toch maar eerst een flink stuk rijden, ik heb er zin in. We sturen weer de E75 (4 in het Fins) op. De kilometertjes rollen in rap tempo onder de bandjes door.
Het ontbijt is toch ietwat te karig geweest, mijn maagje begint zachtjes met zijn klepje te flieberen. Na een klein uurtje stoppen we bij een tankstation voor benzine en een broodje uitsmijter.
Ik ben al een paar dagen aan de 'Battery'; een echt lekker energiedrankje. Ik begin zo langzamerhand door te krijgen dat de lange nachten mij overdag een beetje gaan opbreken. Soms voel ik mijn oogleden heel zwaar worden, dat moet niet, vooral niet op de motor. Met dit drankje heb ik daar compleet geen last van. Ik kan natuurlijk wel 's avonds op een redelijke tijd naar bed gaan, maar daar is het veel te fijn voor. De nachten zijn hier gewoon als overdag, alleen dan nog stiller en nog mooier. Slapen is zonde. Het is hetzelfde als je in een heel luxe hotel gaat overnachten; slapend merk je er helemaal geen drol van, dus moet je zo lang mogelijk wakker blijven om alle luxe zo intens mogelijk te ervaren. Dat is het grote nadeel van luxe hotels, je slaapt voor geen meter!
We gaan lekker buiten in het speeltuintje eten. Het weer is nog steeds prima, half bewokkeld. Als we weer willen opstappen worden we aangesproken door een jonge vent in een rolstoel. We krijgen flink wat pluimvee in onze poeperds gestoken over de gigantische tocht die we maken met zulke oude motoren. 'Mooi, niet zo met al die kuipen en koffers, gewoon basic. Zo hoort het, dat is pas motorrijden'. De man ‘deed' de Noordkaap in twee weken. Hij reist samen met een wat oudere man in een redelijk grote camper. 'Ach, zevenhonderd kilometer op een dag is toch helemaal niet veel...?'
Lachend komen onze boxertjes weer tot leven en we zijn weer op pad. Op de driesprong, net voorbij Kaamanen, moeten we linksaf de 92 op, richting Noordkaap. Dit is de eerste keer dat ik een bordje zie van Nordkapp.
De '4' gaat verder noordwaarts richting Kirkenes. Zo ook Pieter; onverdroten raast hij de driesprong voorbij. Verbaasd rij ik achter hem aan. Het bordje 'Nordkapp 343' is toch niet bepaald een 'bordje' te noemen, met twee van die dingen kun je haast een klein vliegtuig bouwen. Zoiets kún je gewoon niet over het hoofd zien, zou je denken.
Ik schakel terug naar de drie en trek het gas open. Brullend komen de 50 paarden tot leven, met moeite kan ik de versnelling weerstaan, met witte knokkles hang ik aan het stuur. Dit zijn g-krachten die normaal boven de poolcirkel niet voorkomen.
Ik trek het gas open. Soepel en beheerst schuift de naald naar de 150 en al snel broem ik Pieter voorbij. 'Oy, Noordkaap, we rijden verkeerd. We moesten daar afslaan', schreeuw ik hem toe. Oké, draaien maar en weer terug. We zijn nu, na zo'n 3000 kilometer maar drie keer verkeerd gereden, dat valt toch best heel erg mee. Afgaande op het feit dat Annie nog steeds niet goed werkt.
We stoppen bij de driesprong voor de geijkte foto. De lucht in onze richting ziet er alles behalve rooskleurig uit, zware donkergrijze wolken schuiven ons dreigend tegemoet. Dit betekent nattigheid. Voor ons zien we de weg als een grijze streep aan de horizon verdwijnen. Weinig bochten, maar wel een hele bult bulten. Met een gangetje van om en nabij de 100 is het best spannend rijden. Je rijdt tegen een bult omhoog, terwijl je volstrekt niet weet wat er aan de andere kant is. Maakt de weg hierachter een bocht? Is er wel een weg? Geen rendieren of andere faunatische ongein?
Wanneer je de top van zo'n dertig meter hoge bult hebt bereikt, knal je ook direct weer naar beneden. Meestal met een hellingspercentage van zo'n 10%, op en neer. Soms voel je je maag tegen je schedeldak drukken, en blijft het voorwiel nauwelijks aan de grond.
De lucht is nu loodgrijs en zachtjes begint het te regenen. Na zo'n dertig kilometer stoppen we om een paar actiefoto's en -filmpjes te maken. De motoren zetten we tegen een boompje in het schijnbaar eindeloze woud. Pieter, de rasbioloog breekt zo maar een paar takken af om de motor steviger neer te kunnen zetten. Gelukkig wel dode takken overigens, dus het valt wel een beetje mee. Maar toch.....
We filmen om de beurt. Eerst een stukje terug rijden en dan op kruissnelheid voorbij komen blèren, prachtig. Pieters motor maakt mooiere klappen dan de mijne.
Bij Karigasniemi steken we de grens naar Noorwegen over. Na 18 km rijden we Karasjok binnen. Hier moeten we eerst maar eens een paar kilo Noorse krønen halen. Gelukkig kan ik hier weer gewoon met mijn pinpas pinnen. Flink wat geld in de pot en klaar is Kees.
De overgang van Finland ten opzichte van Noorwegen is opvallend. Finland lijkt heel anders dan Noorwegen, architectuur, winkels, bevolking, kleding, taal etc, alles ziet er anders uit. Noorwegen lijkt gewoon een heel stuk meer Westers. Persoonlijk verkies ik het Finse boven Noorwegen. De vrouwen daarentegen zijn hier weer een heel stuk mooier dan in Finland, en dat is natuurlijk ook niet te versmaden..
In Karasjok nemen we de E6, dé Noordkaaproute. De omgeving wordt ruiger en de wegen slechter. Bergen en dalen, sneeuwvelden en regenbuien, snelstromende rivieren en best wel fris; alles schuift aan ons voorbij.
We rijden in een keer door naar Lakselv aan de Porsangerfjord. Een paar kilometer voorbij Lakselv vinden we camping Stabbursdalen. 'Zullen we een hutje nemen', vraag ik aan Pieter. 'Prima plan'.
Op een bord voor de receptie staat: ‘hytter, from Nk350,-, dat betekent ongeveer €42,- voor ons beide. 'No' zegt de receptioniste met de meest intense groene ogen die ik ooit heb gezien. 'These are the prices from last year, it's now Nk450,-!' We ontmoeten elkaar in het midden; Nok 400-, ok. Het hutje stelt niet zo gek veel voor, wél twee kamers, maar toch klein.
Het diner zal vanavond bestaan uit pizza van de kantine. Helaas is er nog maar eentje. 'But the salmon is very good' zegt de man achter de balie. Ergo: Pieter aan de zalm en ik aan de pizza. Het bier smaakt echter een heel stuk beter dan de diepvriespizza. We nemen elk netjes maar één blikje per persoon. Het bier in de noordelijke regionen van Noorwegen is over het algemeen Fatøl van MACK, gebrouwen in ‘s werelds meest noordelijke brouwerij in Tromsø. Later horen we dat in Honningsvåg sinds kort ook een bierbrouwerijtje is gevestigd, maar die is zo klein dat die niet meetelt, ha.
Na het eten roken we buiten op de veranda van de kantine een sjekkie. Op de parkeerplaats stopt een auto met een Belgisch kenteken. 'En, lang gereden' vraag ik. Dit had ik beter niet kunnen vragen. Het echtpaar gaat bij ons aan het tafeltje zitten en voor dat we het beseffen worden we overladen met anekdotes over hun ‘avontuurlijke' tocht naar de Noordkaap. Beide zijn ze vrachtwagenchauffeurs. De hele rit is zo snel gegaan dat ze zo maar twee dagen voor liggen op hun schema. Volgens hun planning zouden ze pas op zaterdag hier aankomen. Maar omdat ze dus beide chauffeur zijn, verliep de hele reis onverwacht voorspoedig. 'Nee' zeg ik, 'het is nu vrijdag, dus zijn jullie één dag voor op jullie schema'. 'Alors, dan hebben we slechts een dag voorsprong, toch ook heel netjes.'
Pieter krijgt een sms'je; 'Bel z.s.m. ellende'. Dit was het enige. Merde. Het nummer staat ook niet in Pieters telefoon, dus zal het wel geen familie zijn. We halen ons de meest verschrikkelijke scenario's voor de geest. Wie zal dit in hemelsnaam zijn.
Op mijn telefoon zie ik dat het van Jimmy komt, ik heb zijn nummer wel. Gelijk maar bellen. Zo te lezen zal een van de drie wel een ongeluk gehad hebben of zoiets. Merde.
We kunnen beide niet bellen, dat zegt het automatische Noorse telefoonmeisje tenminste. Dan maar een sms'je dat Jimmy ons het beste kan bellen. Even later gaat Pieters telefoon; Jimmy. Wat blijkt: ze staan ongeveer 200 km onder Alta met pech. Gerda's beltdrive van haar Sportster is gebroken. Sneu. Jimmy zegt de Kaap niet te kunnen halen. Pieter stelt voor dat ze het beste via de ANWB een nieuwe snaar kunnen regelen. Dat hadden ze al gedaan, de nieuwe aandrijfsnaar zou vanuit Tromsø worden opgestuurd. Jimmy wenst ons heel veel plezier, zij slaan aan het sleutelen.
Terug bij ons ietepieterige huisje zetten we een klein formica keukentafeltje buiten. Het is weer heerlijk weer. We blijven tot een uur of twee lekker in het zonnetje zitten borrelen.
Het begint langzaam wat te druppelen, jammer. We pakken de hele zithoek weer op en gaan binnen zitten. In de regen schrijft het niet zo super.
Bedtijd. Pieter mag kiezen, want hij is verreweg de oudste. Hij neemt de ‘ruime'slaapkamer met plafondlamp, de patser. Ik moet in de living de nacht doorbrengen. Even later hoor ik wat binnensmonds gevloek uit Pieters suite; zijn bed is te klein. Het bedje is pas gemaakt op het kamertje, dus zo'n 1,80 meter. Klaarblijkelijk net even wat te klein voor mijn grote broer.
Mijn bed is als een oceaan zo groot, ik zou mezelf er nog in kunnen verliezen, mwaaaah.
Er liggen flanellen lakens op mijn bed, duidelijk al een keer beslapen en bezweet, uhrg. Dit is goor. Ik duik diep in mijn slaapzak om maar niet in contact te komen met de lakens, waarschijnlijk vol met kleine vieze beestjes met enge snuitjes die ook nog eens vreemde Noorse geluidjes maken zoals prøt en krøt. De bedbodem bestaat uit veel te weinig planken; mijn bevallige bipjes glippen er met gemak door. Bikkel als ik ben, val ik al snel in een weldadige slaap.
Hèhè.
Reacties
Reacties
Wat een geweldig verhaal! Wat een geweldige tocht! Wat een geweldig goed geschreven reisverslag! Ik heb het hele verhaal in een ruk gelezen. Grappig, ontroerend en met de juiste mate van detaillering die maakt dat het voor een buitenstaander nog steeds een boeiend verhaal blijft. Ik heb na 10 jaar modderen met een bejaarde Yamaha Virago vorige week een BMW K 100 gekocht uit 1990. Prachtig ding, Marakeshrood, echt een bakbeest. De dag na aankoop met broer en zwager drie dagen naar Normandië geweest en na 1600 km, waarvan uuuuuuren in de stromende regen, moe en zeiknat vastgesteld dat ik een geweldige motor heb gekocht! Tijdens een van de avonden vroeg ik broer en zwager wat de volgende tocht zou worden waarop mijn broer direct antwoordde: de Noordkaap! Zodoende eens aan het grasduinen geslagen en op jouw/jullie verhaal gestuit. Inmiddels is wel helder dat we niet lichtzinnig aan zo'n avontuur kunnen beginnen maar wat mij betreft starten de voorbereidingen morgen! Dank voor jullie inspirerende, aanstekelijke en prachtige verhaal!
Reageer
Laat een reactie achter!
- {{ error }}